Zuiderzeemuseum belicht het vissersleven op een kluitje

Met geluiden en geuren probeert het buitenmuseum van het Zuiderzee Museum Enkhuizen bijna tastbaar te maken dat het vissersleven van een eeuw geleden niet altijd rozengeur en maneschijn was.

Dit jaar heeft het buitenmuseum ‘Leven van de wind’ als thema, omdat, zoals directeur Stephan Warnik uitlegt, “de vissers van de vissersdorpen rond de Zuiderzee vroeger afhankelijk van de wind waren. Zonder wind kun je niet zeilen, zonder zeilen kun je niet vissen en zonder vissen heb je geen inkomsten.

Maar de nieuwe presentatie wil vooral laten zien dat het vissersleven niet zo romantisch was als mening bezoeker denkt. “Veel mensen die het buitenmuseum bezoeken zeggen: wat staan de tuinen hier mooi in bloei; ik had wel in die tijd willen leven.”

Maar zo gezellig was het niet in die tijd. “Het was in 1919 niet alleen maar rozengeur en maneschijn. Het was ook een tijd dat je na de lagere school moest gaan werken om een bijdrage aan het huishouden te leveren. Een tijd waarin de vrouw in haar eentje een heel gezin moest runnen, omdat haar man wekenlang op zee was.”

Campagnebeeld ‘Leven van de wind’. Foto door Maarten Schets. Via Zuiderzeemuseum.

Klein huisje

Om die kant van het verhaal duidelijker voor het voetlicht te brengen, besloot het museum twee huisjes in te richten die goed laten zien hoe het was om met vrij veel mensen in zo’n klein huisje te wonen.

Om een link met het heden te leggen, had het museum contact gezocht met het Leger des Heils, dat mensen helpt die wel een zetje in de rug kunnen gebruiken. En zo kwam het dat bij de presentatie van het nieuwe buitenseizoen een groep cliënten van het Leger aanwezig was om de nieuwe huisjes als eerste te bekijken. Het museum gaat 800 cliënten van het Leger des Heils een dagje uit aanbieden, inclusief lunch. Maar na de lunch kregen ze eerst nog een voorproefje van de poppenkastvoorstelling die poppenkastspeler Egon (hij bespeelt de poppenkast op de Amsterdamse Dam) deze zomer gaat geven in het buitenmuseum.

Een voorstelling die, net als in de nieuwe presentatie in het buitenmuseum, over Grietje Bottema gaat, een vrouw met vier kinderen en een inwonende grootmoeder, plus een man die visser is en dus vaak afwezig.

Poppenkastspeler Egon vertelt deze zomer in het buitenmuseum het verhaal van Grietje met zijn poppen. Foto door Madelon Dielen. Via Zuiderzeemuseum.

Deegroller

Na het voorproefje, waarin de deegroller net zo’n grote rol speelt als in het gekibbel tussen Jan Klaassen en Katrijn, mogen we een kijkje nemen in de twee huisjes van Zoutkamp, die uit het gelijknamige dorpje op de grens van Friesland en Groningen komen en in het buitenmuseum opnieuw zijn opgebouwd.

Onderweg vertelt een museummedewerker dat de nieuwe presentatie vooral het leven van een vissersvrouw wil laten zien, want zij was het die het gezin draaiende moest houden als de man op zee was. “We willen een indruk geven hoe het was om zo klein te wonen, in een woning waarin het niet zo fris rook, omdat daar ook de garnalen werden gepeld. Je kon ook niet elke dag douchen of schone kleren aantrekken. En sanitair was er ook niet; de poepdoos stond buiten. We hebben er bewust  voor gekozen om er geen hekjes neer te zetten; hier mag je alles aanraken en je mag overal aan ruiken. Als je overal bordjes met ‘Niet aankomen’ neerzet, gaat de beleving weg.  We krijgen hier ook middelbare scholieren op bezoek, dus dan zal het er wel wilder aan toegaan, maar als het stuk gaat, vervangen we het wel weer. Zo krijg je in ieder geval een betere indruk van het leven van honderd jaar geleden.”

Grietjes huis: eten hadden ze gelukkig wel, ruimte niet. Foto door Madelon Dielen. Via Zuiderzeemuseum.

Ja, je mag hier alles aanraken, zoals de was die aan het waslijn in het huisje te drogen hangt. Het is ook moeilijk om niet aangeraakt te worden door de was, want het huisje is piepklein. Wie wil mag zelfs één van de twee bedsteden in duiken – daar is zelfs een opstapje voor aangebracht – en luisteren naar een versje dat één van Grietjes kinderen opzegt (‘… dat kwam moeder wel van pas.’).

Oma en baby

In de andere bedstede ligt oma te hoesten. Dankzij de moderne techniek zie je hoe ze zich onder de dekens af en toe omdraait. En als oma zich niet omdraait, hoor je de baby die in een wiegje rechtsboven in de  bedstee slaapt, wel huilen. Van de zolder klinkt af en toe het geluid door van een kind dat aan het spelen is. En in het aanpalende keukentje zie je op een petroleumstelletje een pannetje klepperen.

Een berg garnalen ligt klaar om gepeld te worden. Foto door Madelon Dielen. Via Zuiderzeemuseum.

Ook de berg garnalen, die door het gezin worden gepeld om een extra centje te verdienen, ontbreekt niet. Het geurt zelfs naar garnalen. “Ja, dat zijn èchte garnalen, die lang een geur afgeven,” vertelt de medewerker desgevraagd. Even verderop uit Grietje in de vorm van een hologram dat alle kinderen op school naar vis stinken, “want garnalen pellen doet iedereen op Zoutkamp.”

Kortom, alle zintuigen worden aangesproken. Als we naar buiten lopen, horen we één van Grietjes kinderen vanuit de poepdoos nog om wat roepen. “Moeder, ik ben klaar, kan iemand mij de kranten brengen.” Want zacht wc-papier was er in die tijd niet bij; je gebruikt de krant maar.

Links Grietje Bottema als hologram, rechts Stephan Warnik, algemeen directeur Zuiderzeemuseum en Juriaan Petter, algemeen directeur van Leger des Heils W&G Noord-Holland. Foto door Madelon Dielen. Via Zuiderzeemuseum.

Het buitenmuseum in Enkhuizen is tot en met 27 oktober geopend, van 10-17 uur. Bekijk voor meer informatie: www.zuiderzeemuseum.nl.

Tekst: Arnoud van Soest