Uniek Nederlands erfgoed onder druk
Nederland heeft een omvangrijke historische vloot die sterk is geconcentreerd rond het IJsselmeer en Markermeer. Klippers, botters en tjalken zijn beeldbepalend voor de havens en historische kernen van deze gemeenten rond de voormalige Zuiderzee. Ze dragen bij aan de ruimtelijke kwaliteit van die plaatsen, trekken toeristen en zijn drager van een maritieme identiteit die eeuwenlang bepalend was voor deze regio. Die vloot staat echter onder druk. Steeds meer historische schepen verdwijnen uit de regio, met gevolgen voor scheepswerven, ambachtslieden en de organiseerbaarheid van maritieme evenementen. Gemeenten willen meer grip op deze ontwikkeling, maar hebben daar wel de beleidsinstrumenten voor nodig.
Maritiem erfgoed tussen wal en schip
Maritiem erfgoed is zelden bij één beleidsdomein belegd. Erfgoed, ruimtelijke ordening, haven, toerisme en economie raken er allemaal aan. Dat maakt het onderwerp kwetsbaar: zonder een duidelijke plek in het gemeentelijk beleid is bescherming niet mogelijk. Bij veel gemeenten is dat beleid er slechts beperkt of helemaal niet. Tegelijkertijd biedt bestaande wetgeving gemeenten meer ruimte dan vaak bekend is. De Erfgoedwet en de Omgevingswet kennen instrumenten – van gemeentelijke monumentenverordeningen tot beschermde stadsgezichten en het vastleggen van maritieme historische ensembles in het omgevingsplan – die ook op varend erfgoed van toepassing kunnen zijn. Een belangrijk obstakel is dat de Erfgoedwet roerende zaken niet als monument kan aanwijzen. Maar via een aanwijzing als gemeentelijk varend monument en via het ensemble-begrip — de samenhang tussen schepen en hun historische omgeving — en de gemeentelijke verordening kunnen historische schepen wél juridische bescherming krijgen.

Oude haven in Spakenburg. Via Wikimedia Commons.
Zuiderzeegemeenten trekken samen op
Het project is in 2023 gestart op initiatief van de gemeenten Enkhuizen, Harlingen en VZG. Aanvankelijk was het streven om minimaal vijf gemeenten te betrekken. Uiteindelijk sloten dertien gemeenten zich aan. Gemeente Enkhuizen treedt op als trekker. Erfgoedkwartiermakers Coöperatie begeleidt het project inhoudelijk.
In de eerste projectfase is bij de deelnemende gemeenten uitgevraagd wat er speelt en wat er nodig is. Op basis van die input zijn vier modelinstrumenten ontwikkeld: een erfgoednota maritiem erfgoed, een modelverordening maritiem erfgoed, objectbeschrijvingen en waarderingscriteria. Met de modelverordening kunnen gemeenten historische schepen als gemeentelijk varend monument aanwijzen. De huidige landelijke Erfgoedwet biedt die mogelijkheid namelijk nu niet. Alle deelnemende gemeenten beschikken daarmee over dezelfde kennis en instrumenten om deze toe te passen in hun gemeente.
Eduard van Zuijlen, voorzitter Vereeniging van Zuiderzeegemeenten en oud-burgemeester van Enkhuizen: “Maritiem erfgoed is één van de speerpunten van onze vereniging. Een IJsselmeer zonder de prachtige klippers met bollende zeilen of een Veluwemeer zonder botters uit Spakenburg of Elburg — je moet er niet aan denken! Daarom zetten we samen met de betrokken gemeenten en de Erfgoedkwartiermakers alles op alles om ze gezamenlijk de erfgoedstatus te geven die ze toekomt en ze te behouden voor de toekomstige generaties.”
Start pilots en implementatie
In de komende periode worden de instrumenten doorontwikkeld en getest. Zo wordt in pilotgemeenten onderzocht hoe de maritieme erfgoedverordening daadwerkelijk kan worden ingevoerd. Het gaat daarbij om het aanwijzen van een varend monument, het opnemen van historische schepen in het stads- of dorpsgezicht en het beschermen van historische maritieme ensembles via het omgevingsplan.
Daarnaast wordt gewerkt aan een gezamenlijke adviescommissie voor erfgoedwaardering en aan structurele kennisdeling via de VZG. Behoud van historische schepen verloopt namelijk niet alleen via formele beleidsinstrumenten. Ook praktische keuzes – zoals het beschikbaar stellen van ligplaatsen, de organisatie van winterhavens, of het ondersteunen van eigenaren bij onderhoud en verduurzaming – bepalen of schepen in een gemeente blijven of vertrekken.
Toenemend draagvlak en erkenning
De urgentie wordt steeds breder onderkend. Zo adviseerde de directeur-generaal van OCW tijdens de Sail-In Parade Amsterdam 2025 het project aan te melden als boegbeeldproject op het gebied van gemeentelijk erfgoedbeleid.
De aanpak die de Zuiderzeegemeenten ontwikkelen, is overdraagbaar naar andere gemeenten in Nederland. Vrijwel elke gemeente met een waterrijke omgeving staat voor vergelijkbare vragen over hoe maritiem erfgoed een plek kan krijgen in beleid.
Bron: De Erfgoedstem
Publicatiedatum: 07/04/2026
Vul deze informatie aan of geef een reactie.