Musea zetten in op de kracht van de vaste collectie

Recentelijk is een landelijke actie gestart door de Vereniging Rembrandt en de Turing Foundation om kunstmusea tijdens de coronacrisis te ondersteunen. Maar liefst 43 kunstmusea ontvangen eenmalig een subsidie om toegepaste kunst uit de eigen collectie in een kleine presentatie onder de aandacht te brengen.

Met deze actie wil de Vereniging Rembrandt musea laten inzetten op speciaal voor de heropening gemaakte presentaties, die nadrukkelijk als doel hebben het belang van de eigen collectie te laten zien. De presentatie zal dan ook binnen drie of vier maanden na de heropening van start moeten gaan. In Noord-Holland is de subsidie toegezegd voor onder meer Museum Kennemerland in Beverwijk en Museum In ’t Houten Huis in De Rijp.

Kinheim tapijt in Amsterdamse Schoolstijl (1925) en vaasje met florale motieven van Potterij Kennemerland (1930). De overeenkomsten in stijl zijn duidelijk te zien. Collectie Museum Kennemerland.

De Nieuwe Kunst in Kennemerland

Museum Kennemerland zal de subsidie gebruiken voor het realiseren van een kleine presentatie, met als werktitel ‘De Nieuwe Kunst’. Dit project is een samenwerking van Jannie Polak (kunsthistorica Museum Kennemerland), Jasmijn Wester en Calvin Kooiman (Studio JAS & CAL) en Annelies Kwaak. De laatste drie zijn kunstenaars bij Studio O, broedplaats van creatief ondernemers in Beverwijk.

In de voormalige burgemeesterskamer zal het museum haar kerncollecties van Kinheim tapijten en Velser Aardewerk in sterke samenhang en als een goed verhaal over het voetlicht brengen. Met deze presentatie toont het museum de vernieuwingen die rond 1900 ontstaan in de Nederlandse kunstnijverheid en architectuur: de Nieuwe Kunst. Beide bedrijven, Handtapijtknoperij Kinheim en de Potterij Kennemerland, zijn begin twintigste eeuw gevestigd in Beverwijk. De geselecteerde objecten vertonen overeenkomsten en samenhang in stijl en uitvoering. De drie kunstenaars van Studio O denken mee over inrichting en vormgeving en maken reflectief werk dat in de presentatie verweven wordt. De presentatie wordt begin oktober opengesteld voor het publiek.

Klaptafeltje, beschilderd door Arie Spaarman, en duwslee, beschilderd door Willem Spaarman met winterlandschappen uit de omgeving Graft, Noord- en Zuidschermer. Collectie Museum In ’t Houten Huis.

Schilderingen van Spaarman in De Rijp

Museum In ’t Houten Huis heeft ervoor gekozen om de eigen collectie onder de aandacht te brengen met de schilders vader en zoon Spaarman, die niet alleen schilderijen maar ook objecten beschilderden. “We gaan terug naar eind 19e, begin 20e eeuw, waar de huisschilder ook de kunstschilder was, waar vader en zoon Spaarman een welkome aanvulling vonden op hun inkomen als huisschilder”, vertelt Erik Luik, conservator van het museum. Het museum is in het trotse bezit van enkele van die interieurobjecten; slee, kast, klompen, kamerschermen, tafels. Deze worden, samen met enkele schilderijen, bij elkaar gebracht in de prachtige Rederskamer. “We laten zien hoe men een eeuw geleden ook op een creatieve wijze aan inkomstenaanvulling deed, net als in deze coronatijd wel gebeurt.”

Deze manier van laagdrempelige toegepaste kunst, evenals de ingelijste werken van deze ‘winterschilders’, werden in vele huishoudens in De Rijp aangetroffen. Beide Spaarmannen zijn redelijk productief geweest met het maken van schilderijen en waren ambachtelijk ‘binnenhuis-decorateurs’ waarbij artistieke vaardigheden een absolute eis waren. De Spaarmannen waren wars van dikdoenerij. Wie een gezicht op het Raadhuis van De Rijp, de Tuingracht of de Grafterbaan aan de muur wilde hebben, stapte naar Willem – en later naar Arie – Spaarman en bestelde een olieverfschilderij of een aquarel. Beide kunstvormen, de toegepaste kunst en de ingelijste werken, zijn nu voor het eerst in het museum naast elkaar te bewonderen.

Bronnen:

  • Vereniging Rembrandt
  • Museum Kennemerland
  • Museum In ’t Houten Huis

Publicatiedatum: 09/07/2020