Amsterdamse vondelingen in het Stadsarchief

Rond 1800 werden in het verarmde Amsterdam jaarlijks honderden kinderen te vondeling gelegd. Zij werden opgenomen in het Aalmoezeniersweeshuis aan de Prinsengracht. Bij de te vondeling gelegde baby’s werd vaak een persoonlijk briefje van de moeder aangetroffen. Deze hartenkreten geven een indringend en ontroerend beeld van het lot van de kinderen en het verdriet van de moeders, de armste bewoners van de stad. Het archief van het Aalmoezeniersweeshuis is één van de meest bijzondere en aangrijpende archieven in het Stadsarchief. De persoonlijke bronnen uit dit archief vormen de basis van deze familietentoonstelling die gaat over moederliefde, armoede en de zorg voor de ander. Thema’s die universeel zijn én actueel.

Een gebroken gezin, de schande van een buitenechtelijk kind of pure armoede, het hartverscheurende besluit van een moeder om haar kind te vondeling te leggen had vele oorzaken. In de harde wereld van arm Amsterdam 200 jaar geleden was het aan de orde van de dag. De tentoonstelling gaat met name in op de periode 1780-1830. In deze laatste 50 jaar van het weeshuis was de armoede in de stad groot en steeg het aantal vondelingen sterk.  Zes levensverhalen van vondelingen worden in de tentoonstelling met animaties verteld, onder meer het verhaal van Adam Voorn, één van de voorvaderen van schrijfster Carry Slee.

Het Aalmoezeniershuis werd in 1613 in het leven geroepen als armenhuis voor volwassenen en kinderen. Omdat de aantallen verlaten kinderen en vondelingen snel toenamen werd in 1666 een speciaal huis voor hen gebouwd aan de Prinsengracht. Prent uit 1758, collectie Stadsarchief Amsterdam.

Vaak gaat geschiedenis over de rijke toplaag van de samenleving, en niet over de onderkant van de maatschappij. Juist in archieven vinden we de lotgevallen van de allerarmsten van onze samenleving zoals wezen en vondelingen. Daar vinden we ook wetenswaardigheden van de vrouwen die deze kinderen verzorgden, de minnen. Zij waren onmisbaar bij de opvang en opvoeding van de wezen en vondelingen. Voor de tentoonstelling zijn de minnenregisters ontsloten waardoor we nu veel meer weten over hun leven, waar ze woonden, en hoeveel kinderen ze opvingen.

In de tentoonstelling wil het Stadsarchief nadrukkelijk een relatie met het heden leggen. Dat gaat dan over vondelingen, verlaten kinderen, armoedebestrijding en de zorg en verantwoordelijkheid voor alle kinderen in de stad. Het archief werkt hierbij samen met organisaties die zich vandaag de dag inzetten voor de jeugdzorg, zoals Spirit.

De pasgeboren Anna Hendrika van der Veen wordt op de Prinsengracht gevonden. De gemoedstoestand van haar moeder blijkt zonneklaar uit de kreet die ze onderaan het kartonnetje schrijft waarop ze de gegevens van haar kind noteert: ongelukkig. Ze knipt het doormidden en houdt zelf het onderste deel, als bewijs dat zij de moeder was, voor als ze haar kind terug komt halen.

Bij de tentoonstelling verschijnt een rijk geïllustreerde publicatie bij uitgeverij Verloren, geschreven door Nanda Geuzebroek en Maarten Hell. Ook worden er verschillende educatieve programma’s aangeboden voor het basis-, voortgezet en hoger onderwijs. Voor families zijn er activiteiten en rondleidingen tijdens de Museumweek en in speciale weekenden. Daarnaast ontwikkelt het Stadsarchief met samenwerkingspartner Spirit gezamenlijke activiteiten om in 2020 het Jubileumjaar ‘500 jaar zorg voor de Amsterdamse jeugd’ te vieren.

In de lezingenserie ‘Amsterdam in gesprek’ staan er twee gesprekken gepland in het kader van de tentoonstelling Vondelingen. Daarnaast organiseert het Stadsarchief rondleidingen en workshops familieonderzoek en paleografie, onder andere tijdens het grootschalige evenement ‘Famillement’ op 27 juni 2020.

Tekst: Stadsarchief Amsterdam

Publicatiedatum: 21/12/2019