Snijbrander
Carel Visser (1928-2015) moest niets hebben van traditionele beeldhouwkunst in brons, marmer of hout. Liever ging hij stalen platen en ijzeren balken te lijf met een snijbrander en een lasapparaat. Zijn werk bouwde aanvankelijk voort op het pionierswerk van kunstenaars als Constantin Brancusi en Alberto Giacometti. Al snel kreeg zijn werk een uitgesproken eigen signatuur door een steeds sterkere abstrahering van natuurvormen. Met zijn geometrische abstractie vond hij in de jaren 60 en 70 aansluiting bij internationale kunststromingen zoals de minimal art.
“Waar internationale kunstenaars van zijn generatie vaak puur abstract werkten, zijn in de minimalistische beelden van Carel Visser vrijwel altijd vormen uit de natuur terug te vinden. De beelden in deze tentoonstelling zijn een prachtige aanvulling op Signaal 1 en 2 die al ruim anderhalf jaar te zien zijn in de Rijksmuseumtuinen.” – Taco Dibbits, hoofddirecteur Rijksmuseum
Spiegelingen
In zijn sculpturen maakt hij veel gebruik van spiegelingen. Dat is niet alleen te zien in Signaal 1 en 2, maar ook in de andere werken op de buitententoonstelling, zoals Dubbelvorm 4 (1957-58) uit de collectie van het Kröller Müller Museum in Otterlo, Twee Vogels (1954/1994) uit de collectie van de erven van Carel Visser en Grote vier (1965) uit Amersfoort.

Signaal 1 en 2 in de tuinen van het Rijksmuseum. Foto: Rijksmuseum/Albertine Dijkema.
Openbare ruimte
In veel naoorlogse wijken werd in de jaren 60 werk van Carel Visser geplaatst, onder meer in Amsterdam, Den Haag, Hengelo, Groningen, Emmeloord, Stadskanaal en Zeewolde. In de tentoonstelling zijn drie werken te zien die Carel Visser maakte voor de openbare ruimte: Jacobsladder, Meer en Grote vier. Deze zijn zelden of nooit van hun plek geweest en worden voor het eerst samen getoond.
Jacobsladder
Jacobsladder (1954) is met acht meter het hoogste beeld dat Visser heeft gemaakt. Het bestaat uit een stapeling van acht identieke zwartgelakte stalen sikkelvormen die trapsgewijs op elkaar zijn geplaatst. Het werk is gemaakt voor de wederopbouwmanifestatie E55 en in 1975 geplaatst op het Robert Kochplein in Utrecht.
Meer
Uit Apeldoorn komt het werk Meer (2006). Het is een uitvergroting van het beeld Lake Powell dat hij in 1998 maakte en baseerde op de vorm van dit stuwmeer in de Coloradorivier in de de Verenigde Staten. Meer werd in het Apeldoornse Sprengenpark geplaatst ter gelegenheid van de toekenning van de Wilheminaring, de oeuvreprijs voor beeldhouwkunst, in 2004.
Grote vier
Grote vier (1954) is afkomstig uit Amersfoort. In de tentoonstelling in 1962 van Carel Visser en schilder Joost van Rooijen in het door Rietveld ontworpen paviljoen De Zonnehof in Amersfoort stond een kleine versie van Grote vier. In 1965 schonk de Vereniging van Krachtwerktuigen de monumentale vergroting die sindsdien als ‘uithangbord’ naast het gebouw in de openbare ruimte staat.
Vliegende vis
In het atrium van het Rijksmuseum is het schetsmodel van Vliegende vis (1993) te zien. Dit drie meter lange model maakte Visser als onderdeel van een opdracht voor een monumentale sculptuur voor Vertrekhal 3 van Schiphol. Hiervoor werkte Visser met stalen platen in verschillende kleuren. Hij liet het aan stalen kabels hangen boven het hoofd van de reizigers.
Prijzen
Visser werd onderscheiden met vele prijzen, waaronder de Staatsprijs Beeldende Kunst en Architectuur (1972) en de Oeuvreprijs van het Fonds voor Beeldende Kunsten, Vormgeving en Architectuur (2005). Hij exposeerde meerdere keren op de Biënnale van Venetië, in New York, Londen, Parijs en Düsseldorf en had een gastdocentschap in Washington. Zijn werk is onder meer opgenomen in de collectie van Tate Modern in Londen en in alle Nederlandse musea voor moderne kunst. Ook in de openbare ruimte in Duitsland, Frankrijk en Denemarken is zijn werk te vinden.
Bron: Rijksmuseum Amsterdam
Vul deze informatie aan of geef een reactie.