Rampspoed dorpje Petten

Het is nauwelijks voor te stellen door hoeveel rampspoed het dorpje Petten, zo onschuldig en vredig ogend op een vroege, schuchtere zomerdag, is getroffen. Nog moeilijker voor te stellen is dat ditzelfde dorpje ooit enkele kilometers westwaarts lag, in wat nu de volle zee is.

Een kleine zeshonderd jaar geleden werd het eerste dorp Petten door de zee weggevaagd. Vierhonderd inwoners, voornamelijk arme vissers, vonden de dood in die verschrikkelijke novembernacht van 1421. Met man en macht werd vanaf die tijd gewerkt aan versterking van de duinenrij. Zand werd gestort, er werden strandhoofden aangelegd en metershoge paalschermen werden opgetrokken op het strand om de golven vroegtijdig te breken. Maar de zee trok zich er niets van aan. De zanddijken en de duinen, moegebeukt door de golven en de stroming, werden langzaam opgevreten. Meter na meter rukte de zee op. De Pettenaren, die lang zelf opdraaiden voor het onderhoud van de dijk, ontbrak het aan de middelen en de mankracht om de zee af te stoppen. Ternauwernood wist het dorp aan nieuwe rampen als die van 1421 te ontkomen.

Atlantikwall

Toch moest huis na huis wijken voor het zand en de zee. Rond 1700 zag de kerk zich ineens terug middenin de duinen, het zand kwam tot de ramen, het dak dreigde te bezwijken onder de zware zandlast. Er zat niets anders op dan de kerk steen voor steen af te breken. Met de 35.000 bakstenen van de oude kerk werd een nieuwe gebedshuis gebouwd, honderden meters verder landinwaarts. Rond de kerk ontstond een nieuw dorp, dat echter in 1943 op last van de Duitsers compleet werd afgebroken wegens de aanleg van de Atlantikwall. Ook de kerk moest er aan geloven. Drie jaar later werd Petten, dat sinds 1929 onder de gemeente Zijpe viel, op dezelfde plek herbouwd naar een plan van de architecten Van de Ban en De Vassy.

Basaltdijk

Het dorp Petten, in de achttiende eeuw nog gescheiden van de zee door honderden meters duin en strand, ligt inmiddels weer vlak achter de zeewering, want de honger van zee bleek onstilbaar. Tot in 1860 dijkgraaf Van Foreest met zijn geniale plan voor een basaltdijk kwam. Aanvankelijk werd alleen de Hondsbossche Zeewering voorzien van dit uit Duitsland afkomstige materiaal. De 400 meter lange Pettemer Zeewering, die in die dagen werd beheerd door het Rijk, werd aanvankelijk versterkt door klei en houtwerk. Nog geen twintig jaar later zag het Rijk zijn vergissing in, ook de Pettemer werd een basaltdijk. Maar net iets anders, want een vergissing toegeven is één, ruiterlijk erkennen dat het plan van de buurman met kop en schouders boven je eigen plannen uitsteekt is een ander verhaal. Dus verordonneerde het Rijk een dijk die hoger was en met een steiler talud.

Grens van de Hondsbossche en Pettemer Zeewering in 2005.

Beeld: Wikimedia Commons / Ceinturion.

Grens van de Hondsbossche en Pettemer Zeewering in 2005.Grens van de Hondsbossche en Pettemer Zeewering in 2005.

Stalen damwand

Anders is niet altijd beter. Krijgen de golven op de Hondsbossche de kans om mooi uit te lopen op het glooiiende talud, op de steile Pettemer zit er niks anders op dan er met volle kracht tegenaan te beuken. Met als gevolg dat bij zwaar weer het water over de dijk spat, de reden waarom de inwoners van alweer het vierde dorp Petten tegenwoordig aankijken tegen een stalen damwand in hun dijk.

Auteur: Gert Hage/SLeM.

Publicatiedatum: 28/07/2011