Oom Gips en de uitvinding van het gipsverband

Van scheuren in de Bavokerk en gebroken kippenpoten tot een 'weldaad voor het menschdom'. De Nederlands militair geneeskundige, Antonius Mathijsen, werd in de negentiende eeuw internationaal gerenommeerd toen hij het gipsverband uitvond en daarmee een nieuwe snelle manier om botbreuken te genezen. Bij de Haarlemmers leeft Mathijsen voort als 'Oom Gips'. Het was ook in Haarlem, waar hij werd geïnspireerd door bouwvakkers die scheuren in de Sint Bavokerk aan het repareren waren. Maar hoe bracht dit Oom Gips tot het idee van een gipsverband?

Antonius Mathijsen

Antonius Mathijsen werd geboren in 1805 in Budel als zoon van een chirurgijn, die ook een boerenbedrijfje bezat. Als kind al vatte Antonius interesse op voor het vak van zijn vader en na de lokale lagere school en vermoedelijk de Latijnse School, volgde hij een medische opleiding in Brussel en Maastricht. Hij werd als 21-jarige toegelaten tot de kweekschool voor Militaire geneeskundigen in Utrecht. Hij begon zijn loopbaan als militair geneeskundige bij het Regiment Zwitsers no. 32. Hierna werd hij voortdurend overgeplaatst en bevorderd. In 1830 werd hij in de Belgische Opstand daadwerkelijk met oorlog geconfronteerd. De gevolgen daarvan en het leed van de gewonden maakte hij van dichtbij mee. In 1849 kwam hij in Haarlem terecht en werd de Hoofdwacht zijn hoofdkwartier.

Antonius Mathijsen 1805-1878. Beeld: Wikimedia Commons

De Hoofdwacht op de Haarlemse Grote Markt, thans de zetel van de Historische Vereniging Haerlem, dankt zijn naam aan het feit dat hier in 1755 de Schutterij werd gevestigd. Voordien was de Schutterij gevestigd in de kelders van het stadhuis. Maar de stadswachten vonden het daar te koud en te donker, vroegen om betere huisvesting en kochten het voormalige raadhuis op.

Botbreuken

Vanuit de Hoofdwacht zag Mathijsen hoe bouwvakkers (nota bene uit zijn geboorteplaats Budel!) werkzaam waren aan de Bavo. Zij drenkten juten lappen in snel hard wordend, goed verkrijgbaar en goedkoop gips om scheuren in de kerk te repareren. Dat bracht Antonius op het idee deze methode toe te passen op de behandeling van botbreuken. Het tot dan toe veelgebruikte (Belgische) stijfselverband was immers niet ideaal: het duurde meer dan een dag om hard te worden.

Maar hoe test je nu of het ook op mensen werkt? Wel, op de Grote Markt kocht hij een paar kippen, brak ze de poten en zette ze daarna in het gips. Dat werkte: door het onbeweeglijke verband genazen de breuken en de kippen liepen weer vrolijk verder.

De Hoofdwacht, aan de noordzijde van de Grote Markt. Ertegenover het standbeeld van Laurens Janszoon Coster. Beeld: Wikimedia Commons, CC BY 2.0.

Erkenning

In 1852 was Antonius uit geëxperimenteerd en publiceerde hij zijn uitvinding in medische tijdschriften. Medio 1853 oordeelde een Nederlandse onderzoekcommissie dat “het gipsprocédé van den heer Mathijsen als eene ware weldaad voor het menschdom in het algemeen moet worden aangemerkt, terwijl het in het bijzonder van het uiterste gewicht belooft te zullen zijn voor de militaire practijk, vooral op het slagveld.”

Zomerzegel 1941. Antonius Mathijsen 1805-1878, geneeskundige. Beeld: Wikimedia Commons

Hall of fame

Dr. Antonius Mathijsen eindigde zijn loopbaan als directeur van het garnizoenshospitaal te Breda. Na zijn pensionering bracht hij zijn laatste levensjaren door in zijn geboortestreek. In die tijd verbleef hij zelfs nog enige tijd in Amsterdam om enkele gipsverbanden en boeken gereed te maken voor verzending naar een internationale tentoonstelling in Philadelphia. Deze tentoonstelling trok vele bezoekers en leverde hem een bronzen medaille op ‘for the original invention, and the great practical value thereof’. Hij overleed in 1878 in Hamont (België), maar in zijn geboorteplaats Budel werd in 1946 een monument opgericht, ontworpen door de Amsterdamse kunstenaar Kees Smout en betaald met giften uit het hele land. Bij de Haarlemmers leeft hij voort als ‘Oom Gips’.

Auteur: Marjorie Vroom

Publicatiedatum: 19/05/2011