Oneindig Noord-HollandBeleef de geschiedenis van jouw provincie

Familie Kofoed strijkt met plantagegeld neer in de Meer

In 1915 behoorde landbouwer Jens Kofoed tot de rijkste inwoners van de jonge Haarlemmermeer. Hij betaalde ruim dubbel zoveel aan gemeentelijke belasting als de plaatselijke burgemeester. De basis van deze rijkdom werd echter niet gelegd in de pas drooggemaakte poldergrond, maar vond zijn oorsprong in de tropische hitte van de achttiende-eeuwse koloniën aan de 'Wilde Kust' van Zuid-Amerika.

Vroeg in de zeventiende eeuw stichtten Nederlanders met steun van de lokale volkeren kleine nederzettingen en handelsposten in het noorden van Zuid­-Amerika. Dat tropische gebied, door Europeanen de ‘Wilde Kust’ genoemd, lag tussen Venezuela en de Amazonedelta. De situatie van de posten was precair. De meeste implodeerden door ziekte, onenigheid, of aanvallen van oorspronkelijke bewoners of Europese rivalen. Slechts twee ervan groeiden uit tot duurzame koloniën: Essequibo (1617) en Berbice (1627).

Beide werden vernoemd naar de rivieren waaraan ze lagen, die vanuit het binnenland in noordelijke richting naar de Atlantische Oceaan stroomden. Een derde kolonie, Demerara (1746), gelegen tussen Berbice en Essequibo aan de gelijknamige rivier, werd pas in het midden van de achttiende eeuw gesticht. In alle drie was, vrijwel vanaf het begin, slavernij het fundament van de samenleving.

In 1795 nam de staat het directe beheer van de koloniën op de Wilde Kust, inclusief Suriname, op zich. Binnen enkele jaren gingen Berbice, Essequibo en Demerara over in Britse handen. Veel van de planters in die koloniën waren Brits of pro Brits. Zij waren ontevreden over het onvermogen van het Nederlandse bedrijfsleven om hen voldoende kapitaal en tot slaaf gemaakten te bezorgen. De Britten pompten veel geld in de koloniën en voerden grote aantallen tot slaaf gemaakten aan. In de negentiende eeuw behoorden de drie koloniën voor korte tijd tot de meest winstgevende Caribische eigendommen van Groot­-Brittannië.

Kaart van de kolonie Berbice. Collectie Noord-Hollands Archief.

Een riante erfenis

Rond 1800 handelde de Deense koopman Hans Jens Kofoed, samen met zijn compagnon Jacobus Schoenmaker onder de firma Kofoed en Schoenmaker, in hypotheken en belangen op plantages in Essequibo. Dat vormde destijds onderdeel van de koloniën die bekendstonden onder het verzamelbegrip Nederlands-Guyana. Hans Jens woonde sinds 1768 in Amsterdam. Voor die tijd deed hij als koopvaardijkapitein de hoofdstad vaak aan, waar hij ook zijn vrouw Catharina Schumacher had leren kennen. Toen ze trouwden, vestigde Kofoed zich definitief in Amsterdam. Rond de eeuwwisseling woonde hij aan de Zeedijk en zijn compagnon Schoenmaker aan de Leliegracht, vlakbij de Keizersgracht.

Na het overlijden van Hans Kofoed werd een aanzienlijk kapitaal van meer dan 200.000 gulden afgewikkeld en veiliggesteld door de executeurs-testamentair: “De plantage L’Union gelegen aan de West zeekust van de rivier Essequebo tusschen het Hof van Aurick ten zuiden En de Dageraad ten noorden, groot 500 akkers; A. Kofoed, qq, J. G. Helwig, qq, L. Voortman, qq, H. Schoenmaker, qq, te Amsterdam, als executeuren testamentair van wijlen den Heer Hans Kofoed; Kofoed & Schoemaker, Amsterdam; R. Patterson te Londen of Essequebo; ƒ230.600 18 nov. 1802; ƒ25.560; 6 pct. (…)”

Het kapitaal bleef generaties lang in de familie. Zo vestigde makelaar Jens Kofoed zich op 4 september 1811 aan de Prinsengracht 315, waar hij tot mei 1852 bleef wonen. Beeld: Delpher.

Koloniaal kapitaal in de polder

Het fortuin bleef generaties lang binnen de familie in Amsterdam. Met datzelfde familiekapitaal streek achterkleinzoon Albertus Jens Kofoed (1841-1898) in 1862 neer in de net drooggemaakte Haarlemmermeer. Hij huwde op 16 september 1862 met Antje Cornelia Bokhoven, een dochter van een veehouder, die zelf op 30 juli 1835 geboren was te Leimuiden. Ze gingen de bruidsdagen in toen zijn ouders hun zilveren bruiloft vieren en bouwden samen een leven op in de Haarlemmermeer. Uit de lijst van namen van hofsteden en hun bewoners, gepubliceerd in het Weekblad van Haarlemmermeer op 20 november 1868, weten we dat ze woonden op “Bouw- en Weilust sectie F kavel 6; A.J. Kofoed”. De boerderij was gelegen in de afdeling Vijfhuizen aan de IJweg nr. 486 tussen de Vijfhuizerdwarsweg en de Spaarnwouderdwarsweg (tegenwoordig Schipholweg).

Albert Jens werd landbouwer. Hoe hij als stadse jongen bedrijfsvoering opdeed, is niet bekend. Hij behoorde niet tot de pioniers van de Haarlemmermeer, was pas veertien jaar bij de laatste verkoping in 1855. De naam Kofoed komt ook niet voor in de toen opgestelde staat van verkochte percelen. Uit de acte van scheiding, na het overlijden van zijn moeder in 1886, blijkt dat de boerderij zijn eigendom was en dat daarop een schuld rustte bij zijn moeder van 16.000 gulden. Daarvan werd op dat moment ongeveer 10.000 gulden verrekend. Het restant van ongeveer 6.000 gulden werd hij schuldig aan zijn vader. Albertus Jens wordt in de acte overigens niet gewoon landbouwer, landman of boer genoemd, maar veel deftiger aangeduid als ‘grondeigenaar’. In 1895, na het overlijden van zijn vader, werd de helft ervan verrekend en was hij nog 3.000 gulden schuldig aan zijn oudste broer Adrianus.

De kinderen van Albertus Jens en Antje Cornelia Bokhoven waren Jens (geboren 5-7-1863 te Haarlemmermeer), Jacobus (geboren 23-4-1867 te Haarlemmermeer en overleden 7-9-1868), Aagje Jacoba Elisabeth (geboren 6-2-1870) en Jan Jacobus (geboren 12-10-1872). De eerste zoon, Jens Kofoed, huwde tweemaal, waaronder op 6 juni 1888 met Cornelia Wypkea Geertzema, afkomstig uit de Haarlemmermeer.

Cornelia Wypkea Kofoed-Geertzema (1866-1894), vrouw van de eerste zoon Jens Kofoed. Collectie Noord-Hollands Archief.

Goed boeren

Zoon Jens Kofoed werd landbouwer op ‘Onze Lust’, een boerderij die eveneens lag aan de IJweg nr. 1092, tussen de Bennebroekerweg en de Kruisweg. Het Weekblad voor de Haarlemmermeer van 20 november 1868 noemt deze boerderij ‘Bertha’s hoeve’. In 1915 behoorde Jens Kofoed, samen met notaris Heinsius en grootgrondbezitter S.W. de Clercq, tot de meest bemiddelde inwoners van de Meer en werd hij voor de Hoofdelijke Omslag (gemeentelijke belasting) aangeslagen voor ƒ 286,-, maar liefst dubbel zoveel als de burgemeester.

In 1894 overleed zijn vrouw Cornelia Wypkea, enkele maanden na haar jongste zoontje Adrianus (geboren in januari en overleden in maart). Vader Jens bleef achter met drie minderjarige kinderen, van respectievelijk vijf jaar, bijna drie jaar en ongeveer anderhalf jaar oud. Op 6 september 1894 kwamen voor het Kantongerecht te Hoofddorp: Albertus Jens Kofoed, landbouwer en grootvader, Hendrik van Dorsten, landbouwer en aangehuwd oom, Galtjo Jacob Jan Geertzema, landbouwer en grootvader en Adolf Cornelis Geertzema, oom, bijeen om Galtjo Jacob Jan Geertzema als toeziend voogd voor de kinderen te benoemen. Diezelfde datum wordt in een aparte ‘minuut’ een taxateur benoemd om de roerende goederen te schatten.

Uit het ‘afschrift inventariseren gemeenschappelijke boedel’ van 12 september 1894 door notaris J. Samson te Haarlemmermeer, komt tevens de toenmalige eigendomsverhouding van het bedrijf naar voren. De boerderij afdeling Beinsdorp, kavel L nr. 4 en 5 van ongeveer 40 hectare groot, was eigendom van Jacob Johannes Korthals. Vader Albertus Jens Kofoed huurde Bertha’s hoeve voor de tijd van 10 jaar eindigend 1896. Deze constatering was nodig om vast te stellen of aan het resterende huurrecht een waarde moet worden toegekend. Jens was onderhuurder. Vanaf 1901 is Bertha’s hoeve zijn eigendom. Wanneer Bertha’s hoeve werd veranderd in Onze Lust is onbekend.

Rentenierswoning Bornholm. Foto: Kees van der Veer.

Eerbetoon aan overgrootvader

Jens Kofoed zou later nog meer grond verwerven in de Haarlemmermeerpolder. Zo liet hij in 1936 de rentenierswoning ‘Bornholm’ bouwen, genoemd naar het Deense eiland Bornholm waar zijn overgrootvader Hans Jens Kofoed in 1738 geboren was. Niet voor niets zou later een hele wijk in Hoofddorp de naam ‘Bornholm’ krijgen, als eerbetoon aan de Deense familie die zo’n grote stempel heeft gedrukt op dit deel van de Haarlemmermeer. Jens en zijn vrouw hebben tot hun overlijden in deze rentenierswoning gewoond.

Zoon Jens Kofoed jr. (1899-1977) boerde in die tijd met echtgenote Adriana Wilhelmina Schornagel (1899-1986) op de boerderij ‘Maria Lust’, iets ten zuiden van de woning Bornholm. De (schoon)ouders van dit stel, de familie Schornagel, gingen na 1942 op Bornholm wonen tot omstreeks 1963. Daarna werd deze rentenierswoning bewoond door Machiel Vink (1910-1991) en zijn echtgenote Elisabeth Cornelia (Lies) van Daalen (1912). Machiel is meer dan veertig jaar bij de familie Kofoed werkzaam geweest als boerenknecht/landarbeider. Hij kwam op jonge leeftijd naar de Haarlemmermeer als daggelder voor ƒ 2.50 per dag. Dat betekende bij verlet of slecht weer geen geld. Met slechts een lagere schoolopleiding werkte hij zich op tot gewaardeerd bestuurder in vele bestuurlijke functies.

Jens Kofoed jr. (1899-1925) trouwt met Adriana Wilhelmina Schornagel. Collectie Noord-Hollands Archief.

Auteur: Drs. Hans Dolman jr. (Haarlemmermeermuseum de Cruquius)

Bronnen:

  • Haarlemmermeerse boerderijen, bewoners en wijken 2008
  • Delpher
  • Wikipedia
  • Atlas of mutual heritage
  • Esseqebo en Demary 1741-1781: beginfase van de Britse overname

Publicatiedatum: 26/10/2026

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *. Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.