30 mei 1787

Bijltjesoproer op Kattenburg

Eind achttiende eeuw was er in Amsterdam sprake van een kleine burgeroorlog tussen de Oranjegezinden en de patriotten. Dinsdag 29 mei 1787 werd met kanonnen het vuur geopend en was het Bijltjesoproer, ook bekend als Kattenburgoproer, een feit.

Eind achttiende eeuw werden de tegenstellingen tussen de Oranjegezinden (aanhangers van stadhouder Willem V) en de patriotten (tegenstanders van Willem) steeds groter. In mei 1787 kregen de patriotten de macht in het stadsbestuur, wat leidde tot gevechten tussen de oranjegezinde ‘bijltjes’ (scheepstimmerlieden) van Kattenburg en de patriotse burgerwacht. De orangisten van Kattenburg konden aan ongeveer vijftien geweren en twee kleinere stukken geschut komen via de Admiraliteitswerf en stationeerden zichzelf op Kattenburg. De burgerwacht van de patriotten haastte zich richting de ongeregeldheden, maar kon maar lastig Kattenburg op komen. De oranjegezinde scheepstimmerlieden hadden namelijk de bruggen opgehaald. Ze konden daarmee de patriotten enige tijd tegenhouden. Uiteindelijk lukte het de patriotten toch om Kattenburg te bereiken en richtten daar een ravage aan. Daarbij kwam de aanvoerder van de bijltjes, Johannes Rannink, om het leven.

Gerelateerd artikel

30 mei 1787: Slag bij de Kattenburgerbrug Bijltjesdag: prinsgezinden en patriotten vechten in Kattenburg 26 februari 1787: stadsbestuur Amsterdam in handen van de patriotten De patriotten- en de Franse tijd