Kleding op rantsoen

Textiel was tijdens de Tweede Wereldoorlog schaars. Met veel inventiviteit werden oude herenkostuums tot mantelpakjes vermaakt en trouwjurken vervaardigd uit voeringen of parachutestof. Het Verzetsmuseum wijdt dit najaar een tentoonstelling aan mode in oorlogstijd.

De Duitse bezetting maakt al gauw een einde aan de import van stoffen. Net als andere levensmiddelen gaat textiel ‘op de bon’, ook al is er haast niets verkrijgbaar. Deze situatie vraagt om creatief gebruik van de voorhanden zijnde materialen. Kleding wordt eindeloos versteld, vermaakt en vooral hergebruikt. Jurken gemaakt van jute zakken, afgetopt met bontkragen van muizen of mollen, zien het daglicht. Bij gebrek aan wol worden truien gebreid van hondenhaar. Studenten die tijdens de oorlog de opleiding tot coupeuse volgen, vervaardigen hun eindexamenobjecten zelfs uit papier.

De trouwjurk, het pronkkledingstuk bij uitstek, krijgt een geheel nieuwe uitstraling. Vrouwen recyclen oude voeringsstof uit jassen en zelfs wollen biljartlakens om op hun grote dag goed voor de dag te komen. Maar ook nieuwe stoffen raken in zwang, zoals de in 1935 uitgevonden melkwol, een synthetische vezel gemaakt uit caseïne. Of het moderne rayon, gemaakt van cellulose. Zeer populair wordt het lichte, soepel vallende nylon van parachutes, waar menig trouwjurk in oorlogstijd uit genaaid wordt.

Het veranderende modebeeld tijdens de oorlog. Via Verzetsmuseum.

Modern modebeeld

Door een ander gebruik van textiel verandert tevens het modebeeld op straat. Mantelpakjes gemaakt van oude herenkostuums geven de draagsters een veel breder en rechter, haast mannelijk, silhouet. Ook worden de rokken korter en minder geplooid, om maar zo veel mogelijk stof te besparen. Door het gebrek aan kousen wagen sommige vrouwen zich zelfs voor het eerst aan een broek, tot dan toe ongehoord.

Dit najaar is in het Verzetsmuseum een bonte verzameling kleding uit oorlogstijd bijeengebracht. De tentoonstelling Mode op de bon is een ode aan creativiteit en hergebruik, verlevendigd met veel persoonlijke verhalen. Naast de huisgemaakte kleding komen ook de grote modehuizen als Gerzon en Hirsch & Cie aan bod, die de oorlog veelal niet meer te boven zouden komen.

De acht winnaars met hun modellen en de jury tijdens de modeshow in het Verzetsmuseum, 2019. Via Verzetsmuseum.

Duurzaam hergebruik

Een interessant accent in de tentoonstelling ligt op hergebruik anno nu. Er is tegenwoordig zoveel kleding beschikbaar, dat veel modegevoelige stukken na één seizoen weer weggedaan worden. Om verspilling tegen te gaan, richten sommige modeontwerpers zich juist op duurzaamheid en recycling. In de tentoonstelling zijn ontwerpen te zien van onder andere Viktor&Rolf.

Maar ook minder gevestigde ontwerpers hebben bijgedragen aan de tentoonstelling. Zo deed het Verzetsmuseum een oproep aan jong talent om zich te laten inspireren door de mode in oorlogstijd. De ontwerpen van veertig modestudenten zijn afgelopen zomer tijdens een modeshow in het museum getoond. Vervolgens zijn acht ontwerpen door een jury uitgekozen om een plekje in de tentoonstelling te krijgen. Een mooie aanvulling op de oude kledingstukken, maar ook een groot contrast, uit een tijd waarin kleding en stoffen in overvloed voorhanden zijn.

Poster voor de tentoonstelling ‘Mode op de bon’. Via Verzetsmuseum.

De tentoonstelling Mode op de bon is van vrijdag 11 oktober 2019 t/m maandag 1 juni 2020 te zien in het Verzetsmuseum Amsterdam.

Tekst: Sarah Remmerts de Vries

Publicatiedatum: 02/10/2019