Het fort dat er nooit gekomen is: Fort bij Kwadijk

Oudheidkundig genootschap Oud-Quadyck wijdt zondag 10 juni een kleine tentoonstelling aan Fort bij Kwadijk. Oud-bewoonster Hetta van der Schraaf-Prijs haalt herinneringen op.

Hetta werd in 1956 geboren en bracht haar jeugd door in de fortwachterswoning van Fort bij Kwadijk. Haar opa was er fortwachter. Met haar ouders was ze bij opa en oma ingetrokken. Haar moeder verzorgde oma, die ziek en bedlegerig was. Hetta was enig kind, ging naar pianoles en zat bij een kindertoneelclubje. “Dan repeteerden we her en der bij andere kinderen en af en toe gingen we naar bejaardentehuizen in Purmerend om korte toneelstukjes op te voeren.”

Fort bij Kwadijk in 1959, met het watergemaal op de achtergrond.
Collectie Oud-Quadyck

Functie verloren

Het complex bestond uit een fortwachterswoning en een genieloods. Voor het fort zelf is wel een zandlichaam aangebracht, met daar omheen een fortgracht, maar het fort zelf, onderdeel van de Stelling van Amsterdam, is nooit gebouwd. Door de opkomst van vliegtuigen tijdens WO I, hadden dit soort verdedigingswerken hun functie verloren. Maar het uitzicht was er natuurlijk niet minder om. “Ik kon zeker tien kilometer in de richting van Middelie kijken.”

Secret Service

Johannes Doesburg, de opa van Hetta.
Collectie Hetta van der Schraaf-Prijs

Hetta’s opa was beroepsmilitair en bracht de Tweede Wereldoorlog in Engeland door, waar hij voor de secret service werkte. Daar leerde hij zijn Engelse vrouw kennen, Hetta’s oma, om uiteindelijk in 1946 naar Nederland terug te keren, samen met twee kinderen uit een eerder huwelijk van zijn Engelse vrouw.

Riet kortwieken

Na wat omzwervingen kon hij in 1956 fortwachter worden van Fort bij Kwadijk. “Hij moest de boel in de gaten houden en het riet in de fortgracht kortwieken.” In 1959 overleed hij – Hetta was drie – en zijn taken werden door Hetta’s moeder overgenomen. “Ze liep al met mijn opa mee als hij wacht liep, dus ze wist wat een fortwachter te doen had.”

Overall

Hetta ging naar de lagere school van Middelie, die zó klein was dat zowel de eerste drie als de hoogste drie klassen bij elkaar in één lokaal zaten. “Onze directeur kon heel goed over de oorlog vertellen. Dat deed hij zó bevlogen dat hij soms wel eens uur langer door ging. Dan kwamen de vaders van de kinderen in overall binnen, die zich afvroegen waar hun zoons bleven, want ze moesten helpen bij het melken. Middelie was klein, maar ze hadden in de jaren zestig wel een slager, een melkboer en een klein supermarktje. Kwadijk had ook zijn eigen lagere school, maar voor ons was Middelie dichterbij.”

Apollo Dumpstore

In 1970 verhuisde het gezin naar een ander fort, Fort bij Spijkerboor, dat twaalf kilometer verderop ligt. De Dienst Domeinen, die het vastgoed van het Rijk beheert, verkocht Fort Kwadijk aan F. van Os, die het weer verhuurde aan Apollo Dumpstore, waar Ben Verkooy de bedrijfsleider van is. De bedrijfsleider ging in de fortwachterswoning wonen en de winkel betrok de voormalige genieloods. Apollo Dumpstore, dat ook aan de tentoonstelling meewerkte, bestaat nog steeds en richt zich nu vooral op tenten en andere kampeerartikelen.

Hetta van der Schraaf-Prijs met haar moeder. Collectie Van Der Schraaf-Prijs.

Fort Spijkerboor

Hetta was 13 jaar toen ze naar Fort bij Spijkerboor verhuisde. “Inmiddels fietste ik elke dag naar Purmerend, waar ik op de MAVO zat. De Zuiderweg was één lange weg, maar gelukkig woonde halverwege een klasgenootje, waar ik altijd een koppie thee dronk om me op te warmen. Dan reden we samen verder. Nee, niet alleen in de winter, in de zomer stopte ik ook voor thee, dat was net zo belangrijk.”

Motorkap

Hetta kan op een fijne jeugd terugkijken. Haar vader, die als chauffeur en magazijnbediende bij het Rijk werkte, was op Fort Bij Spijkerboor gestationeerd . Hij behandelde haar niet als een breekbaar meisje, maar vond zelfstandigheid belangrijk. “Hij liet me het gereedschap in de schuur zien en legde me uit hoe je er mee om moet gaan. En hij leerde me onder de motorkap van een auto te kijken, want stel je voor dat je ergens op een afgelegen plek staat, en je auto doet het niet. Dan zul je hem toch zelf moeten repareren, want mobiele telefoontjes hadden we nog niet.”

Fort bij Kwadijk in 1914, tijdens de mobilisatie.
Collectie Oud-Quadyck

Voedselpakket

Hetta vindt het ‘geweldig’ dat er nu een bescheiden tentoonstelling is gewijd aan het fort waar ze haar jeugd heeft doorgebracht. Ze heeft er zelf ook een bijdrage aan geleverd. “Ik heb een voedselpakket ingebracht, dat bedoeld was voor de dienstplichtige soldaten die midden in de nacht ergens in Noord-Holland werden gedropt en dan de weg naar ons fort moesten vinden. Ze sliepen in de genieloods en de volgende dag werden ze weer opgehaald.”

De medailles van opa Johannes Doesburg
Foto: Arnoud van Soest

Verder heeft ze een kussen bijgedragen waarop alle medailles van haar opa zijn geprikt. “Mijn opa heeft nog een tijdje bij de marine gezeten en vanaf IJmuiden spullen voor het Koninklijk Huis naar Canada gevaren. Ben ik toch wel trots op.”

Tentoonstelling

De tentoonstelling over het Fort bij Kwadijk is zondag 10 juni 2018 van 13-16 uur te bezoeken. Adres: Kwadijk 125, Kwadijk. Schrijfster Agnes de Boer, die onlangs bij Uitgeverij Noord-Holland een nieuw boek met stellingverhalen publiceerde (‘Kraijenhoff keert terug’), waarin ook een hoofdstuk aan Fort bij Kwadijk is gewijd, zal haar boek signeren. De expositie is ook 8 september (Open Monumentendag) van 11-16 uur en zondag 14 oktober van 13-16 uur te zien. Voor meer informatie:  http://www.oud-quadyck.nl/programma-seizoen-2017-2018/.

 

Publicatiedatum: 07/06/2018

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *. Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.