Een naam voor elke soldaat

Je ziet het voor je. Keizer Napoleon heeft bevolen dat elke Nederlander een achternaam moet kiezen. De mensen toen: 'Een achternaam! Wat een belachelijk idee! Wat is er mis met Douwe Janszoon, wiens zoon straks Jan Douweszoon zal heten? Zo doen wij dat hier immers al eeuwen.'

‘Weet je wat? We gaan dat Franse keizertje met zijn malle fratsen eens mores leren. Hij is vast binnenkort verjaagd, dus we kiezen een naam waar hij vast niet van terug heeft. Weet je wat: ik noem mezelf Douwe Naaktgeboren en voor jou is Kees Piekhaar wel een leuke. Wat zal die keizer op zijn neus kijken!’

Dit type verhalen is hardnekkig, maar heeft niets met de werkelijkheid te maken. Echte achternamen, dus niet de variant van Janszoon of Klaaszoon (patroniemen), bestonden al eeuwen. We hadden toch immers ook Johan de Witt, Rembrandt van Rijn, Michiel de Ruyter en ga zo maar door?

f6adbe15d99b1cf3cf402f2340000bc7d4c984bf

200 jaar Burgerlijke stand

Iedereen een naam

De vernieuwing die de Franse tijd bracht, was dat er kort na de inlijving, in 1811, een Burgerlijke Stand kwam. Elk individu moest zich voortaan laten inschrijven bij de gemeente met voor- en achternaam. Data van geboorte, huwelijk en overlijden werden in dat register bijgehouden. Tot die tijd was er ook wel een registratie, namelijk de Doop-, Trouw- en Begraaf (DTB-)registers, maar die werden door de kerk bijgehouden. Dat hing dus af van de kerk waar iemand toevallig lid was. Elke kerk ging daar verschillend mee om. Van een registratie met vaste gegevens was daardoor geen sprake.

De Franse Revolutie maakte korte metten met de centrale rol van de kerk. De staat ging voortaan taken vervullen die tot dan toe door de kerk waren verricht. Daar waren idealistische redenen voor, zoals de visie op de staat als een verzameling van vrije burgers, die niet onder het juk van een bepaalde kerk hoefden te leven. Maar de belangrijkste reden was minder verheven: met een centrale en goed georganiseerde administratie kon de staat beter belasting heffen en soldaten oproepen voor het leger. In Frankrijk zelf (waartoe Nederland vanaf 1810 behoorde) was het al sinds 1792 zo geregeld.

Heel veel mensen hadden gewoon allang een achternaam. Die werd nu dus geregistreerd in de Burgerlijke Stand. Doordat de kwaliteit van de registratie dankzij de Burgerlijke Stand sterk verbeterde, werd de spellingswijze van de naam nu vastgelegd, terwijl die voorheen van generatie tot generatie nogal eens uiteenliep. Kruys bleef Kruys of werd Kruijs of Kruis, al naar gelang de spellingsvoorkeur van de kerkelijke klerk. Degenen die nog geen vaste achternaam hadden, zouden er nu alsnog één krijgen.

Dit was trouwens niet in alle uithoeken van het land vanaf dag één geregeld. Nog in 1825 moest koning Willem I, die de Burgerlijke Stand gewoon van de Fransen overnam, een bevel doen uitgaan om nu toch echt allemaal aan de achternaam te gaan. Vooral in de Zaanstreek, bekend om zijn eigenzinnige bewoners, hadden veel mensen tot dat moment geweigerd mee te doen.Er waren nog heel wat mensen die niet konden lezen en schrijven. Als zij hun naam opgaven aan de ambtenaar van de Burgerlijke Stand, noteerde die wat hij meende te verstaan. Dat leidde dan vaak tot merkwaardige namen, vooral als de oorspronkelijke namen uit het buitenland kwamen. Een naam als Picard kon dan Piekhaar worden en Nachgeboren Naaktgeboren.

Publicatiedatum: 27/09/2011