Amsterdam bouwt tot pal aan de provinciegrens

Waar ooit het Bijlmermeer klotste is een complete stad verrezen: Amsterdam-Zuidoost. Pal aan de provinciegrens. Het Jan Schaeferpad hier herinnert aan een actievoerder die het tot staatssecretaris stadsvernieuwing schopte.

Lees volgende verhaal

Het contrast is groot. Aan de ene kant van de provinciegrens zie je het oude, romantisch kronkelende veenriviertje het Gein en pal over de grens staat de betonnen en bakstenen werkelijkheid van Amsterdam-Zuidoost. Hier tussen de Amsterdamse woonstraten en de oude rivier loopt de provinciegrens. Abcoude en het Gein behoren tot de provincie Utrecht.

 

Heel toepasselijk is een pad bij de provinciegrens in Amsterdam genoemd naar Jan Schaefer (1940-1994). Een rasechte Amsterdammer, begonnen als banketbakker in volksbuurt De Pijp. Hij verzette zich als buurtactivist tegen de sloopplannen voor De Pijp, hij schopte het tot kamerlid (PvdA) en werd in 1973 staatssecretaris van stadsvernieuwing in het kabinet van Joop den Uyl (PvdA).

Later zette hij zich als wethouder in de hoofdstad in voor met name stadsvernieuwing. Jan Schaefer had lak aan gewichtdoenerij en eindeloze vergaderingen. ‘In gelul kan je niet wonen’, vond hij. Je leest het op het bordje naast het fietspad Ruwelswal dat van Amsterdam-Zuidoost naar het Gein loopt.

Jan Schaefer. Beeld: Stadsarchief Amsterdam.Wethouder Jan Schaefer bij het slaan van de eerste paal voor de herbouw van het Noord-Zuidhollands Koffiehuis op het Amsterdamse Stationsplein, februari 1980. Beeld: Beeldbank Stadsarchief Amsterdam.

Weesperkarspel

Voordat de eerste paal voor de kolossale flatgebouwen in de Bijlmermeer werd geslagen, december 1966, was er een uitgebreid politiek touwtrekken aan vooraf gegaan. Dit was van oudsher grondgebied van de gemeente Weesperkarspel. Een gemeente met weinig inwoners, vrijwel alleen boeren, maar wel met uitgestrekte landerijen. Amsterdam daarentegen barstte bij wijze van spreken uit zijn voegen, er was woningnood. En eerlijk gezegd konden de boeren niet zoveel met het weiland beginnen, er ontbrak een stevige laag in de bodem om het grondwater vast te houden. Bovendien kwam er zilt kwelwater naar boven.

Wat er gebeurde laat zich raden: de gemeente Weesperkarspel werd opgeheven, Driemond en de Bijlmermeer kwamen in handen van Amsterdam. Zand werd gehaald uit de Vinkeveense plassen om de polder op te hogen, zodat er gebouwd kon worden.

Later diende ook zand uit de Gaasperplas voor het ophogen van de naburige polders, want hier moest en zou een kolossale wijk verrijzen.  Heimachines hoorde je jarenlang stampen. Op polderland van het vroegere Weesperkarspel verrees Amsterdam-Zuidoost. Een stadsdeel met meer dan tachtigduizend inwoners.

 

Gevaarlijk meer

De naam Bijlmermeer zegt het al: hier klotste vroeger water. Eeuwenlang. Een meer met een aardige diepte: wel vier meter. In de 13e eeuw sprak men van het Bindelmeer. Maar zoals dat ook met het Haarlemmermeer ging, het water van het Bijlmer(of Bindel)meer hapte bij zware zuidwestenwinden hele brokken oeverland weg. Het wateroppervlak werd groter en groter. En daarmee dreigde gevaar voor omliggende plaatsen.

Dus viel het besluit het Bijlmermeer droog te malen. Dat lukte in 1627, maar nog geen vijftig jaar later stond deze polder weer onder water. Nu was dat met opzet gedaan. Hiermee wilde men de binnenvallende Franse troepen (1672) tegen te houden. Nadien werd het meer weer droog gemalen. Tot bij een zware storm de polder toch weer onder water kwam te staan. Opnieuw volgde een droogmaking. Nu met blijvend succes.

In de verte zie je van het fietspad Ruwelswal langs de provinciegrens de torens van Abcoude. Beeld: Jan Maarten Pekelharing.In de verte zie je van het fietspad Ruwelswal langs de provinciegrens de torens van Abcoude. Beeld: Jan Maarten Pekelharing. 

Gaasperdam

De provinciegrens loopt langs de randen van Gaasperdam (het deel van Zuidoost dat ten zuiden van A9 is verrezen). Daar zie je minder hoogbouw dan in het noordelijke deel, de eerder gerealiseerde wijk Bijlmer. Gaasperdam kent veel groen. Bovendien grenzen de recreatiegebieden Gaasperplas (dat was in 1982 het Floriadeterrein) en de Hoge Dijk aan de woonwijken. Wat dat betreft is er een groene buffer gebleven tussen het beton en baksteen aan de ene kant en het dommelende polderland aan de Utrechtse kant van de provinciegrens.

Een passerende Amsterdammer in de buurt van het Jan Schaeferpad wijst: ‘Kijk, daar woon ik. Ik heb het mooiste uitzicht dat je je kunt wensen. Vanuit mijn huiskamer kijk over al het groen naar de twee kerktorens van Abcoude.’

 

Jan Maarten Pekelharing

Written by:

Other posts by

Oneindig Noord-Holland maakt verborgen verhalen zichtbaar samen met:

Bekijk het gehele partneroverzicht