Oneindig Noord-HollandBeleef de geschiedenis van jouw provincie
NL | EN

100 jaar schooltuinen

In 1920 werd de eerste schoolwerktuin ingericht, op een plek tussen de Petroleumhaven en de Houthaven. Er was plek voor 280 tuintjes, de kinderen hadden elk 20 vierkante meter grond om te bewerken. Ze kwamen op woensdag- en zaterdagmiddag, en betaalden 15 cent per week. Het was een groot succes en in de jaren daarna kwamen er al snel meer schooltuinen bij. Inmiddels zijn er in Amsterdam dertien schooltuinen waar elk jaar zo’n 7000 scholieren uit groep 6 en 7 tuinieren. In het Stadsarchief Amsterdam gaat vanaf 26 augustus tot en met 3 januari 2021 de tentoonstelling ‘100 jaar schooltuinen’ van start.

> Book 2 min

Word ook Museuminspecteur!

Ben je niet ouder dan 12 jaar, hou je van musea én van leuke dingen doen? Dan ben je bij Museumkids op de goede plek!

> Book 1 min

Aangrijpende portretten van Belgische matrozen

Van 18 september 2020 t/m 5 april 2021 toont Het Scheepvaartmuseum in samenwerking met de Dutch National Portrait Gallery de tentoonstelling Engelen van de Zee van fotograaf Stephan Vanfleteren. Vanfleteren (België, 1969) is één van de meest bekende en gelauwerde fotografen van de Lage Landen.

> Book 3 min

De goedheiligman en de gehoornde: het verhaal van Sint en Piet

Sinterklaas is weer in het land. Het begin van een feestelijke periode voor alle kinderen, maar ook van het voeren van verhitte discussies over de toekomst van Zwarte Piet. Ad Geerdink, ‘klasoloog’ en directeur van het Westfries Museum, werpt in de lezing ‘De vele gezichten van Sinterklaas’ op humoristische wijze licht op de geschiedenis van Nederlands populairste traditie.

>

Herfstvakantie in Westfries Museum

In de herfstvakantie, die van zondag 13 tot en met zondag 27 oktober duurt, kun je zowel in het Westfries Museum in Hoorn als op het VOC-schip (replica) Halve Maen terecht.

> Book 1 min

Vondst van de maand: kinderschoenen

Elke maand presenteert Huis van Hilde, het archeologiecentrum van de provincie Noord-Holland, de vondst van de maand. Daar krijgen deze bijzondere bodemvondsten een eigen vitrine, op Oneindig Noord-Holland worden ze met een verhaal in het zonnetje gezet. Deze maand staan kinderschoenen centraal.

>

Sinterklaas, de held van de zeelieden

Wie denkt aan Sinterklaas, denkt aan de winter en vijf december. In Amsterdam kunnen echter het hele jaar door referenties aan de goedheiligman gevonden worden. De stad kent drie Sint Nicolaaskerken: de Oude Kerk, de Rooms-Katholieke schuilkerk Ons’ Lieve Heer op Solder en de Basiliek van de Heilige Nicolaas tegenover het Centraal Station. Ook is op de Dam een prachtige Sinterklaas-gevelsteen te zien. De reden dat de Sint zo goed vertegenwoordigd is in de hoofdstad, heeft alles te maken met één van de overgeleverde legendes rondom de heilige.

>

Suze Robertson: Schilder van sociale misstanden

Ondanks dat de armoede een geliefd onderwerp was onder kunstenaars, waren zij niet altijd bijzonder betrokken bij de omstandigheden waarin de plaatselijke bevolking verkeerde. Schilderijen over de lagere sociale klassen waren omstreeks 1890 veelal lieflijk en romatisch. Lien Heyting schrijft hierover in haar boek ‘De Wereld in een dop’ (1994) over de kunstenaars die eind negentiende eeuw naar Laren trokken het volgende: ‘Hoe meer de dorpse eenheid tussen mens en natuur bedreigd werd, des te zoetelijker die door de schilders werd weergegeven. Nooit eerder hebben ze in de armoede  […] zoveel lieflijks gezien als juist toen’.

>

Waar is Saultje?

Saultje Rotenberg ging naar de kleuterschool aan de Ouderkerkerlaan. Samen met zijn moeder drentelde hij van hun woning aan de Jan Bertsstraat langs de Hartveldseweg, de Diemerbrug over en ze waren er. Pa en ma Rotenberg waren uit Polen gekomen. In 1942 woonden ze in Diemen in de Jan Bertsstraat 14. Op één hoog. De vader van Saultje was marktkoopman, hij stond op Vlooienburg (het huidige Waterlooplein) in Amsterdam. Een vriendelijke man vond zijn buurman hem. In het dorp woonden ongeveer 90 joden.

>

Kinderen op reis naar Holwerd

Er staat een monument van Diemen in Holwerd (Friesland). Als dank voor het opvangen en laten aansterken van ondervoede jongeren. Eind 1944 was er vrijwel niets meer te eten. Suikerbieten en tulpenbollen kwamen op het menu. Een predikant in Diemen zocht contact met een kennis in Holwerd. Of er aan aardappelen was te komen en konden op de heenweg ondervoede kinderen mee?

>

Agatha van Foreest

Agatha, dochter van de puissant rijke regent Jonkheer Nanning van Foreest – één van de machtigst mannen in West-Friesland, wordt in 1733 geboren in het stadspaleis van de familie aan het Grote Oost. Zij krijgt een eerste klas opleiding, leest, maakt muziek en geeft, zoals het hoort als mooie 19 jarige bruid het ja-woord aan haar neef Joan van Foreest. Het is een gearrangeerd huwelijk, zoals gebruikelijk in regentenkringen, bedoeld om de rijkdom in de familie te houden. Agatha is een voorbeeldige echtgenote. Ze baart in 14 jaar tijd maar liefst negen kinderen. Niets bijzonders, alles volgens het boekje.

>

Sinterklaasfeest in oorlogstijd

Tijdens de Tweede Wereldoorlog ging het Sinterklaasfeest vaak gewoon door. Thuis werden er gedichten gemaakt, de Verkadefabriek in Zaandam maakte letters van taaitaai bij gebrek aan chocolade en vliegtuigfabrikant Fokker gaf zijn werknemers een Sinterklaascadeautje voor de kinderen.

>

Modern kleuteronderwijs in Alkmaar

Het was de Duitse opvoedkundige en onderwijsvernieuwer Friedrich Fröbel die de eerste kleuterschool oprichtte aan het begin van de negentiende eeuw. Spelenderwijs wilde hij de kinderen de basisprincipes van het leven leren. In zijn methode benadrukte hij de zelfwerkzaamheid en eigen creativiteit van de kinderen. Ook natuurbeleving vond hij erg belangrijk. Kleuterscholen die volgens zijn methode werkten, werden al snel Fröbelscholen genoemd.

>

Het Weeshuis van Purmerend

Een van Purmerends oudste gebouwen is het weeshuis aan de Willem Eggertstraat. Eeuwenlang zaten er kinderen in het weeshuis die onder moeilijke omstandigheden leefden. Veel kinderen werden wees doordat ouders kort leefden, door ziektes en slechte hygiënische omstandigheden. Gelukkig kwam daar later verandering in en werden wezen ook makkelijker opgenomen in pleeggezinnen. Uiteindelijk werd de verzorging van wezen dus overbodig. Het laatste weeskind vertrok in de jaren zestig van de vorige eeuw.

>

Hansje Brinker

Voor de Amerikaanse toeristen is hij een held, maar onder Nederlanders is hij veel minder bekend: Hansje Brinker, de jongen die zijn vinger in een dijk stopte en zo Nederland redde. Dat Hansje nooit bestaan heeft, is niet belangrijk. En wist je dat hij eigenlijk de creatie is van de Amerikaans kinderboekenschrijfster Mary Mapes Dodge? En dat al in 1865. In 1950 kreeg Hansje een welverdiend monument op de Woerdersluis in Spaarndam.

>

Een dag uit het leven van een Amsterdams weeskind

Donderdag 12 maart 1895, zes uur ’s morgens. Wat zou ik graag nog even blijven liggen, denkt Johanna Wijnberg als ze om zes uur gewekt wordt door de groothuismoeder. Om zich heen hoort ze de andere meisjes uit bed stappen, de houten vloer van de slaapzaal maakt krakende geluiden.

>

Hans Brinker: de beroemdste inwoner van Broek?

De persoon van Hans Brinker is ontsproten aan de fantasie van de Amerikaanse kinderboekenschrijfster Mary Mapes Dodge. Zoals in het verhaal van het Noordhollands Archief op deze website wordt uitgelegd, is Hans Brinker niet de jongen die zijn vinger in de dijk steekt. Dat is immers een anonieme jongen die in Haarlem woont. Maar waar komt Hans Brinker zèlf vandaan?

>

Het verhaal van Hans Brinker

In Amerika was hij een held, maar in Nederland, het land waar hij woonde, was hij veel minder bekend. Dat was lange tijd het lot van Hansje Brinker, de jongen die het land zou hebben gered door zijn vinger in een lekkende dijk te stoppen. In 1950 kreeg deze mythische held zijn welverdiende monument. Sindsdien is zijn beroemde daad in drie dimensies te bewonderen op de Woerdersluis in Spaarndam. Niemand minder dan Prinses Margriet onthulde dit beeld. Het is natuurlijk allemaal fictie. Dit schijnbaar o zo Hollandse verhaal kennen we alleen maar omdat het in 1865 opdook in een Amerikaans kinderboek van de schrijfster Mary Mapes Dodge.

>