Edam

Stad van koggeschepen, koeboten en kaas De Zeemeermin van Edam Het Gemeen-landshuis in Edam Het gemaal van de Zuidpolder in Edam De sluis op het Oorgat in Edam

Het Steenen Coopmanshuys in Edam

Dit huis werd in 1550 gebouwd en was het eerste stenen koopmanshuis van Edam. Het was voor Edam in die tijd een bijzonder ‘rijk’ huis. Prominent gelegen aan de Damsluis is het oudste stenen huis van Edam een indrukwekkende verschijning. Al meer dan een eeuw is hier het Edams Museum gevestigd.

>

Bezoek Willem II aan Edam: “aanzienlijk en gering, arm en rijk, ieder mogt zich blijde maken”

Het Edams Museum beschikt over een manuscript dat het bezoek van koning Willem II in 1842 aan Edam beschrijft. Het gemeenteraadslid J. Donker Hzn. beschreef met oog voor detail het koninklijk bezoek op die snikhete 6 augustus 1842. De koning werd in een rijtuig door de stad rondgereden en bezocht de Grote Kerk, de Katholieke Kerk en het stadhuis. In de kerkeraadkamer van de Grote Kerk hangt een schilderij waarop dit koninklijk bezoek is vereeuwigd. Het Edams Museum bezit tevens een voorstudie van dit schilderij waarop de koning en een aantal Edamse notabelen zijn weergegeven. 

>

Slag bij de Doggersbank redt Willem V

In het depot van het Edams Museum ontdekte men een aantal zijden lintjes. Op de linten staan de namen van Schout bij nacht Zoutman, kapitein Kinsbergen en kapitein Bentinck. De namen worden omringd door zeewezens en schepen. De linten zijn vermoedelijk afkomstig van een hoed uit 1781/82 en verwijzen naar de Slag bij de Doggersbank.

>

Fort bij Edam: Stelling van Amsterdam verdedigt de hoofdstad met kring van water

Vlak achter de oude Zuiderzeedijk ligt het Fort bij Edam. Een groene bult te midden van rustige weilanden, omgeven door een gracht. Het fort maakt onderdeel uit van de Stelling van Amsterdam, een bijzondere verdedigingsring rondom de hoofdstad. De 46 forten, batterijen, munitiemagazijnen en inundatiesluizen van dit indrukwekkende militaire complex zijn tussen 1880 en 1914 aangelegd. Ten tijde van oorlog zou het leger, de regering en een deel van de bevolking zich kunnen terugtrekken binnen deze ring. Het systeem was zo bedacht dat ongeveer een miljoen mensen een jaar lang kon overleven binnen de Stelling. 

>

Stelling van Amsterdam: Noordfront

De QR route Stelling van Amsterdam komt langs alle 46 forten en batterijen van deze 135 kilometer lange verdedigingslinie rondom de hoofdstad. Dit verhaal gaat over het Noordfront dat loopt vanaf het Fort bij Edam tot aan het Fort bij Spijkerboor.

>

Het gemaal van de Zuidpolder in Edam

Het gemaalcomplex is gebouwd in 1875 als stoomgemaal met vijzel ten behoeve van de Zuidpolder. Tegenwoordig is het een dieselgemaal. Het complex bestaat uit een machinegebouw met voor- en achterlopen en een kolenloods. Het ontwerp voor het stoomgemaal kwam van ingenieursbureau W.C. & K. de Wit uit Amsterdam.

De Zuidpolder bij Edam werd vroeger bemalen door een windmolen die het water uitsloeg in een uitwateringskanaal op de Schermerboezem vanwaar het naar de haven van Edam werd gebracht. Het stoomgemaal werd ten noorden van de molen gesitueerd. De molen werd voor reservebemaling aangehouden en hierdoor bleef hij gespaard en wordt als rijksmonument beschermd.

>

De sluis op het Oorgat in Edam

Het complex (met sluiswachterswoning, schuurtje en wachthuisje) is gebouwd in 1828 als schutsluis van in de zeedijk tussen de Zuiderzee en het Oorgat. Het is nog steeds in gebruik. De ‘Zeesluis’ verving de ‘Sassluis’, die eind zeventiende of begin achttiende eeuw in de havenmonding van Edam gebouwd was. Hoewel de sluis sinds de afsluiting van de Zuiderzee geen zeewerende functie meer vervult, is het karakter van deze eens imposante zeesluis ongewijzigd.

>

Keizer Karel watermanager

Aan het begin van de zestiende eeuw heerste de zee tot diep in het binnenland van Noord-Holland boven het IJ. Dat kwam omdat er nog geen scherpe scheiding tussen de zee en het binnenwater was. Via de Krommenije bij Krommeniedijk en de haven van Edam stroomde het zeewater bij vloed het Schermeer en Purmermeer in en bij eb er weer uit.

>

Zeelieden uit slavernij bevrijd

Zeeroof, gevangenschap en slavernij. Dat lot overkwam menige zeeman die in de zeventiende of achttiende eeuw naar de Middellandse Zee voer. Vanuit Marokkaanse en Algerijnse havens opereerden namelijk de vele Barbarijse zeerovers die het op koopvaardijschepen gemunt hadden. De gekaapte koopvaarders brachten veel geld op en hetzelfde gold voor hun bemanningsleden, die als slaven verkocht werden op de markten van Algiers, Tanger of Saleh.

>

Edammer kaas

De oorsprong van de Edammer kaas, een klein bolvormig kaasje van ongeveer 1,7 kilo, ligt in de weidegebieden rondom het Noord-Hollandse plaatsje Edam. Vanaf de veertiende eeuw groeide Edam uit tot een belangrijke havenplaats voor export van zuivelproducten, waaronder kaas. Dit is hoogstwaarschijnlijk de reden dat de kaas die hier werd verscheept de naam Edammer kreeg. Ook sprak men wel van ‘cleyne casekens’ of ‘klootkaasjes’ (‘kloot’ betekent rond of bol). De bekende kleur van de kaas is rood. Dit komt doordat hij dan in rode paraffine verpakt wordt. Vroeger kleurde men de kaas rood met het sap van de klaproos. Maar de kaas wordt ook in de gele kleur verkocht.

>

’t Nut: Verheffing van het volk

Voor de arme burgers was het in de achttiende eeuw duidelijk dat de Gouden Eeuw voorbij was. Grote gezinnen van soms wel tien of twaalf mensen leefden vaak samen in een ruimte waarin gekookt, gegeten, gewassen en geslapen moest worden. Hun huizen waren vochtig en donker met slechte ventilatie. Wie het geluk had werk te hebben maakte extreem lange dagen van tien tot vijftien uur van vaak zwaar en eentonig werk. En terwijl de gewone burger streed om te overleven, waren er mensen die leefden in grote weelde en rijkdom. Er werd meer verdiend dan in de Gouden eeuw. Het nationaal inkomen steeg, maar tegelijkertijd nam de werkeloosheid toe en werd de middenstand kleiner. Het geld, dat stroomde als water, ging regelrecht naar de gegoede burgerij. Het contrast tussen arm en rijk werd groter, maar de rijken bekommerden zich er weinig om. Armen hadden hun positie te danken aan hun eigen luiheid, vond de goedbedeelde bourgeoisie. Maar armenzorg ging de elite steeds meer kosten. Ook steeg de angst voor opstand. Het probleem negeren kon niet langer.

>