Door de nieuwigheid van het vervoersmiddel waren mensen zich vaak niet bewust van de gevaren. In april 1882 verongelukte bijvoorbeeld een man die tijdens het rijden wilde overstappen naar een ‘niet rooken’ coupé en in juni 1882 iemand die ongemerkt de trein wilde verlaten bij de halte Paviljoen in Blaricum. De tram kreeg al snel de bijnaam ‘Gooische Moordenaar’. In totaal vonden 117 mensen de dood en raakten velen gewond. Het volgende werd in 1924 over de tram gedicht: Als de Gooische Stoomtrein komt: Mensch! Pas op je leven! Je zit, komt dat ding er aan, Steeds in angst en beven!