01 juli 1852

Haarlemmermeer drooggevallen

Het uitgestrekte Haarlemmermeer beukte bij storm op de dijken. Hele dorpen waren daarbij in de golven verdwenen. Eeuwenlang was de vraag hoe je deze onverzadigbare 'Waterwolf' kon temmen. Totdat het meer in 1836 bij Halfweg dreigde door te breken naar het IJ. Dat betekende een nationale ramp. Wat te doen?

Koning Willem I nam in 1839 het definitieve besluit tot drooglegging van het Haarlemmermeer. Een jaar later al begon het graven: een Ringvaart van zo’n 60 kilometer lengte. Duizenden jongemannen uit alle delen van het land meldden zich. Onder leiding van een ‘putbaas’ groeven en zwoegden ze in de modder. Drie grote stoomgemalen werden gebouwd: de Cruquius, de Leeghwater en de Lynden. Tussen 1848 en 1852 stampten en sisten de drie stoommachines dag en nacht om het hele Haarlemmermeer droog te leggen. Achthonderd miljoen kubieke meter water pompten ze weg. Op 1 juli 1852 viel de Haarlemmermeer droog. Vervolgens werden lange vaarten en sloten aangelegd om droge voeten te houden. 18.000 hectare vruchtbare landbouwgrond kwam beschikbaar voor pionierende boeren. De Waterwolf was getemd.

Gerelateerd artikel

Het Meer is droog! Maar sinds wanneer? Pionieren in de Haarlemmermeerpolder Met Jan Feith door de Haarlemmermeer (1933) Het waagstuk om de Waterwolf te temmen