22 december 1840

Eerste vergadering Provinciale Staten van Noord-Holland

De Provinciale Staten van Noord-Holland zijn een eeuwenoude instelling in een modern jasje. Ten tijde van de Gouden Eeuw waren de Staten de hoogste machthebbers in de Republiek der Nederlanden. Halverwege de negentiende eeuw kreeg Noord-Holland haar eigen Provinciale Staten, toen de provincie Holland gesplitst werd in een noordelijk en een zuidelijk deel.

De verre oorsprong van provinciale staten gaat terug tot de tijd van de middeleeuwse graven en gravinnen van Holland. Die omringden zich met een adviesraad van vertegenwoordigers uit de drie ‘standen’ of ‘staten’ in hun gebied: hun adellijke leenmannen en ridders, de geestelijkheid en de burgerij uit de steden. Vandaar nog altijd de naam ‘provinciale staten’. Een politieke hoofdrol kregen de Staten toen de Lage Landen in 1572 in opstand kwamen tegen het bewind van hun toenmalige heerser, de Spaanse koning Filips II. Ruim tweehonderd jaar lang vormden de Statenvergaderingen het hoogste gezag in de zeven provincies of ‘gewesten’ die samen verder gingen als Republiek der Verenigde Nederlanden. In de tijd van de Franse Revolutie en het bewind van Napoleon kwam er een eind aan de Republiek en de macht en zelfstandigheid van de Staten. In het nieuwe Koninkrijk der Nederlanden dat na 1813 ontstond, werden de provincies van bovenaf bestuurd vanuit Den Haag. In 1840 werd Holland opgesplitst in een noordelijk en een zuidelijk deel. De nieuwe provincies Noord- en Zuid-Holland kregen allebei hun eigen Provinciale Staten. De eerste vergadering van de kersverse Provinciale Staten van Noord-Holland vond plaats op 22 december 1840. Haarlem werd na enig geruzie met Amsterdam de hoofdstad van de provincie Noord-Holland. Sinds 1930 vergaderen Provinciale Staten in Paviljoen Welgelegen, het statige provinciehuis aan de Dreef.

Gerelateerd artikel

Provinciale Staten: van ridders te paard tot democratisch gekozen bestuurders Waarom zijn Noord-Holland en Zuid-Holland gesplitst? Paviljoen Welgelegen: zetel van kunst, koninklijke macht en provinciaal bestuur