14 januari 1911

De Nachtwacht beschadigd

Opschudding in Amsterdam, toen een afgekeurde marinekok op 14 januari 1911 met een schoenmakersmes op Rembrandts meesterwerk inhakte. De Nachtwacht bleek gelukkig niet onherstelbaar beschadigd, alleen de dikke vernislaag was aangetast. Het zou niet de laatste keer zijn dat iemand het schilderij probeerde te beschadigen. Amsterdams' bekendste schuttersstuk werd in 1975 nogmaals met een mes belaagd en overleefde in 1990 een zuuraanval.

‘Gisterenmiddag is Rembrandt’s beroemd schilderij, dat in een afzonderlijke zaal van het Rijksmuseum is geplaatst, door een jongen man opzettelijk beschadigd. De 28-jarige Siegrest stopte tegen 1 uur de Nachtwachtzaal binnen, terwijl daar niemand anders aanwezig was dan de suppoost Dijks, die speciaal met de bewaking van het kostbaar doek is belast. De man zag er fatsoenlijk gekleed uit en trok door niets de bijzondere aandacht. Siegrest plaatste zich op ongeveer drie pas afstand voor het doek. terwijl de suppoost zich dicht achter hem ophield. Plotseling stapte de man vooruit, haalde onderwijl een schoenmakersmes uit zijn zak, sprong over het koord dat dicht bij den grond voor het schilderij hangt en haalde in een boog driemaal het mes over het doek heen.

De suppoost Dijks riep om hulp en sprong den man na, maar voordat Dijks hem beet kon kragen, was de daad al geschied. Eea tweede suppoost snelde oogenblikkelijk toe en beiden overmeesterden Siegrest en ontnamen hem het scherpe schoenmakersmes. dat hij nog in de hand hield.

“Zóó is het goed!” schreeuwde de man. “Ik heb een haat tegen het Rijk en, beter dan iemand overhoop te steken, kan ik de Nachtwacht vernielen.”

Toen de man naar het politie-bureau was overgebracht, bleek dat hij vroeger kok bij de marine was en dat hij wegens lichaamsgebreken was afgekeurd en geen nieuwe verbintenis bij de marine kon aangaan, Uit ontstemming daarover bedreef hij de wandaad. Aanvankelijk was de agitatie bij de verantwoordelijke personen groot, omdat men meende, dat het schilderij zelf ernstig beschadigd was. Een nader ondersoek heeft echter geleerd dat alleen het dik-op-gelegde vernis is geraakt. De verf daaronder Is nlet beschadigd. Algeheel hersiel is dus mogelijk. De Nachtwachtzaal is voorloopig gesloten. Als wraakneming had de wanhoopsdaad heelemaal geen zin, want het stuk behoort nlet aan het rijk, maar aan de gemeente Amsterdam.

Naar wij vernemen, is door de deskundigen de schade “van geen beteekenis” bevonden. Reeds heden ving men met de herstelling aan.

De dader R. A. Siegrest was kort geleden uit het gasthuis ontslagen en sindsdien werkloos.’

Het volk: dagblad voor de arbeiderspartij, 15 januari 1911

Gerelateerd artikel

Rembrandt, een korte biografie ‘Rembrandts mensen zitten altijd vol leven’ Rembrandt, de dokter en het lijk
NL | EN