01 november 1170

Allerheiligenvloed

Tot de twaalfde eeuw is 'Texla' (destijds uitgesproken met een 'x') nog geen eiland maar zit het vast aan Noord-Holland. In het jaar 1170 vindt er een grote ramp plaats: de Allerheiligenvloed. Hierdoor raken Texel en Wieringen los van het vasteland. Het Almere krijgt een grotere verbinding met de zee en verandert langzaam van een meer met zoet water naar een echte zee: de Zuiderzee.

Tijdens de Allerheiligenvloed van 1170 liepen grote delen van Noord-Holland onder water. Texel en Wieringen raakten los van het vasteland en het Creiler Woud in het noordoosten van Noord-Holland werd verzwolgen door de nieuw ontstane Zuiderzee. In de periode hiervoor was oud-Texel met strandwallen en veenmoerassen verbonden met het vasteland geweest. Het zeegat Marsdiep was oorspronkelijk een veenriviertje, een stroompje dat op de keileemheuvels van oud-Texel ontsprong en naar het westen, richting de zee stroomde. Het riviertje stond al heel lang bekend als ‘Maresdeop’. Harde wind en stormen zorgden voor steeds langere en bredere geulen in het veengebied. Toen in de twaalfde eeuw het zeewater in enkele stormvloeden ongenadig hoog werd opgestuwd, brak het Maresdeop door het veenmoeras heen naar een ander, meer oostelijk gelegen zeegat: het Vlie.  Omdat Texel een eiland werd, ontstond er in de eeuwen die volgden een eigenzinnig eilandcultuurtje. In 1415 keeg het hele eiland zelfs stadsrechten van de graaf van Holland. Als gevolg hiervan is Texel tot op de dag van vandaag de grootste stad van Nederland.

Gerelateerd artikel

Hoe het Marsdiep ontstond 5 dingen die je nog niet wist over Texel Portret van een stad: Texel