De op Texel gevonden beverbotten komen uit het vroege Holoceen (11.700-7.000 jaren geleden). De bever kwam in Nederland voor vanaf het Tiglien, 2,4 miljoen jaar geleden, tot 1862. De belangrijkste Nederlandse vindplaats is Tegelen, waar een groot aantal fossielen van Europese bevers gevonden is.
Bevers waren in de zeventiende eeuw zo gewild om hun geurklier en vacht, dat ze plaatselijk met uitsterven werden bedreigd. In 1862 raakte de bever in heel Nederland uitgestorven. In 1988 werden ze opnieuw uitgezet in verschillende natuurgebieden, zoals de Biesbosch. Inmiddels heeft de bever zijn plek enigszins teruggewonnen.

Echtpaar Koenig met fossiele beverkaak. Foto: Ecomare.
De bever staat bekend om zijn platte staart, korte pootjes, smalle kop en natuurlijk zijn snijtanden die altijd doorgroeien. De kleur van de tanden is opvallend: oranje. Het glazuur op de tanden bevat ijzer, waardoor ze oranje worden. De tanden zijn zo sterk dat bevers er bomen mee om kunnen knagen. Bevers worden meestal zeven of acht jaar oud, maar ze kunnen tot wel vijfentwintig jaar oud worden. Hun belangrijkste natuurlijke vijanden zijn grote roofdieren, voornamelijk de wolf.
Bevers komen tegenwoordig in alle provincies voor. In totaal leven in Nederland naar schatting 3500 bevers en de populatie groeit nog steeds. De geschonken fossiele onderkaak wordt binnenkort in Ecomare tentoongesteld bij de recente aanwinsten.
Bron: Ecomare
Publicatiedatum: 15/10/2026
Vul deze informatie aan of geef een reactie.