Hobrede

Hobrede: de blondes van boer Wennekers

In de groene weiden rondom Hobrede vallen de blonde, van oorsprong Franse koeien van boer Wennekers op tussen het Hollands zwartbont. Frank en Els Wennekers hebben een aantal jaren geleden hun bedrijf omgeschakeld naar een biologische vleesveehouderij in Laag Holland. Als boerende brandweerman in Amsterdam begon boer Wennekers in de Beemster. Vandaar verhuisde de familie eind jaren 80 naar een oude stolpboerderij in Hobrede waarin de koeien nog op stal stonden. Inmiddels heeft de boerderij een moderne hellingstal met plek voor 50 vleeskoeien. Naast het biologisch boeren doen de Wennekers ook aan agrarisch landschapsbeheer. Boer en boerin besteden veel tijd en aandacht aan het verbeteren van de omstandigheden voor weidevogels. En met succes, het land van boer Wennekers is populair onder de kieviten, scholeksters, grutto’s en visdiefjes.

>

Tussen Middelie en Hobrede: middeleeuwse sporen in het landschap

Veel oude veenpolders in Nederland hebben niet meer hun oorspronkelijke verkavelingsstructuur. Herinrichting van het landschap en grootschalige ruilverkavelingen in de jaren 50 en 60 maakten het land geschikt voor moderne machines en een efficiënte bedrijfsvoering. Een uitzondering hierop is het gebied tussen Middelie en Hobrede. Met name vanuit de lucht zijn de kronkelige veenstromen en het oude verkavelingspatroon goed zichtbaar. Maar ook op het land zelf is nog het een en ander te zien uit de vroegste ontginningsperiode, zoals daliebulten en restanten van veenterpen. 

>

Low Holland: Het verzonken dorp Drei

Zo’n 1000 jaar geleden was er nog geen Hobrede. Maar aan wat nu de Oud- Raeffeldamweg heet, lag wel een dorpje. Het Middeleeuwse dorpje Drei.

In de vroege Middeleeuwen was het gebied nog een veenmoeras. Een nat en onbegaanbaar terrein, met moerassige eilanden en natte wouden. Rond 900 kwamen er mensen in het gebied wonen. Ze groeven sloten zodat het water uit het moeras liep. De sloten leiden het water schuin naar de veenriviertjes toe. Zo konden ze granen verbouwen op het land. De sloten, schuin op de riviertjes, liggen er nog steeds.

Drei was voor de Middeleeuwen een behoorlijk dorp. Tientallen boerderijtjes stonden bij elkaar. Er was een kerkje en een kerkhof. De boerderijen waren gemaakt van hout en klei, het dak was van stro. Er zaten geen ramen in en maar één deur. Mensen en dieren sliepen onder hetzelfde dak.   Veen waar het water uit wordt gehaald, begint te verteren. Zo zakte de grond onder de voeten van de boeren langzaam naar beneden. Er bestonden nog geen hoge dijken die het water van de zee tegenhielden. Er waren dus vaak overstromingen. Om zich te beschermen bouwden de mensen hun boerderijen op terpen. Kleine heuvels die de mensen zelf maakten van veen, klei en huisvuil.

>