29 augustus 1936

Spinnenplaag in Durgerdam

De nazomer van 1936 bracht een enorme spinnenplaag naar Durgerdam. Sterke verhalen over reuzenspinnen gingen rond, waardoor een journalist van Het Vaderland zich genoodzaakt voelde zelf een kijkje te nemen in de door spinnen geplaagde kapel van het dorp.

‘Men schrijft ons uit Amsterdam: Gruwelijke verhalen doen op het oogenblik de ronde omtrent de nieuwe Ijselmeer-bezoeking. Na de gele muggen, de spinnen. Reuzen-exemplaren zouden er bij zijn, waarbij de monsters in Wells’ fantastische verhaal: „Het voedsel der goden” in het niet verzinken.

Nu, zoo erg is het niet. Er zijn wel veel spinnen in Durgerdam, ongewoon veel spinnen, groote spinnen, maar niet grooter dan ze elders worden aangetroffen. Wij hebben een bezoek gebracht aan bet klokkentorentje van het dorp, den toren van de zoogenaamde oude kapel, waarin nog altijd een gemeentelijk uurwerk tikt (Durgerdam behoort sedert de laatste annexatie tot Amsterdam). Vroeger was in dit hooge bouten gebouwtje aan de haven het gemeentehuis gevestigd. Nu dient het als woning van den gepensioneerden gemeentebeambte Uilenbroek. Of de spinnenplaag zoo erg was, als in sommige bladen beschreven is, zoo vroegen wij hem. Nu, hij achtte die verhalen wel wat overdreven. Maar een feit is, dat er in Durgerdam nog nooit zooveel spinnen zijn geweest als nu, in dezen nazomer, en hij toonde ons het raam achter het gordijn, pas schoongemaakt en nu al weer bezet door een dozijn spinnen. De beestjes komen dus niet alleen buitenshuis, maar ook binnenshuis in groote hoeveelheden voor, waartoe de omstandigheid, dat de meeste huisjes in Durgerdam van hout zijn, dus veel naden vertoonen, medewerkt. De heer Uilenbroek nam ons mee naar boven, het torentje in. En naarmate wij hooger klommen en dus meer en meer op terrein kwamen, dat niet dagelijks gekeerd wordt werden de met spinnen bestippelde grijze webben talrijker en dikker. De heele zoldertrap was besponnen, zoodat het rag al spoedig in ons haar, op ons gezicht op onze kleeren zat. Een zolderraampje had een gordijntje van web. naar buiten ziende zagen wij den schoorsteen omsponnen, evenals den kop van een telefoonpaal daarnaast. De torenklok leek wel aan de dunne draden opgehangen, de balustraden hadden als het ware vensters van matglas. Maar nog erger bleek het in de snijding tusschen de kapel en de daarachter in een loods gelegen smidse te zijn. Beide gebouwtjes waren als ’t ware aan elkaar geweven door de nijvere kleine en groote spinnekoppen, die ook tusschen de boomstammen zoo ijverig gewerkt breken te hebben, dat het uitzicht op het zonnige, gladde Pampus er door beneveld werd.

En aan ’t haventje was het van betzelfde laken een pak. De visschers vertelden ons. dat het touwwerk, dat even ligt vol spinnen zit als men het opneemt.
Gelukkig dat de natuur meewerkt aan de vermindering van den spinnenovervloed. Men ziet de musschen, maar vooral de spreeuwen, zonder ophouden bezig met het om hals brengen van de invallers. De vogels schijnen de spinnen een uitgezochte lekkernij te vinden. Zooals de gele muggen worden uitgezogen door de spinnen, zoo worden deze op hun beurt weer verorberd door de vogels; de kringloop der natuur!’

– Het Vaderland, 29 augustus 1936

Gerelateerd artikel

Durgerdam Durgerdam: 'witte kapel' is blikvanger van middeleeuws damdorp
NL | EN