22 februari 1941

Razzia van Amsterdam

De Razzia van Amsterdam op 22 en 23 februari 1941 was de eerste razzia in Nederland in de Tweede Wereldoorlog. Hierbij werden meer dan 400 Joodse mannen in Amsterdam opgepakt en gedeporteerd. De razzia's vormden de aanleiding tot de Februaristaking.

Op 22 februari 1941 was het een rustige dag in de Amsterdamse Jodenbuurt. Het joodse deel van de bevolking hield vandaag sabbat. Echter, om vier uur in de middag was het gedaan met de rust. Duitse overvalwagens reden de buurt in. In korte tijd werd de Jodenhoek afgezet en zaten joodse mannen als muizen in de val. Elke joods uitziende man die op straat liep, werd door de Duitsers gegrepen, getrapt en voortgejaagd in de richting van het Jonas Daniël Meijerplein. Duitsers drongen huizen binnen en grepen alle mannelijke bewoners. Vanaf het Jonas Daniël Meijerplein werden de mannen afgevoerd naar Schoorl, waar in de duinen een kamp was opgezet. Het kamp in Schoorl fungeerde als tussenstation op weg naar vernietigingskamp Mauthausen. In totaal zijn deze dag 425 joodse mannen opgepakt, van wie slechts drie na de oorlog zouden terugkeren.

De volgende ochtend kwamen de Duitsers terug. Het aantal joodse mannen dat de vorige dag was opgepakt, bleek nog niet voldoende. Weer speelden zich afschuwelijke taferelen af, weer greep de angst de mensen bij de keel. Dit keer waren veel niet-joden getuige van de gebeurtenissen, omdat ze zich afspeelden rondom de Zondagmarkt. De razzia’s van 22 en 23 februari maakten op de Amsterdamse bevolking een zeer diepe indruk en zouden de aanzet vormen tot de Februaristaking van 25 februari.

Gerelateerd artikel

Protesteert tegen de Afschuwelijke Jodenvervolging