11 september 1876

Kermisoproer

Toen in 1876 een verbod kwam op de jaarlijkse kermis, ontstond er grote onrust in de Amsterdamse binnenstad. De kermis in Amsterdam was destijds berucht vanwege de grote vechtpartijen en losbandigheid van het publiek. Maar door de kermis af te schaffen, werkte het stadsbestuur juist ongeregeldheden in de hand.

Elk jaar in september kwamen hordes mensen, vaak uit de lagere klassen, op de rariteitenshows, schommels, draaimolen (carrousel), poppenkasten en andere theaterstukken van de Amsterdamse kermis af. Er werd veel gedronken, wat de bezoekers soms losbandig maakte. Vechtpartijen waren dan ook aan de orde van de dag. De problemen die met het jaarlijkse volksvermaak gepaard gingen, waren voor het Amsterdamse stadsbestuur een reden om de kermis in 1876 af te schaffen. De kermisbezoekers bleken echter meer gehecht aan het jaarlijkse vermaak dan verwacht. Binnen de kortste keren ontstond een protestbeweging tegen de naderende afschaffing, die via leuzen en brieven anderen opriepen om te gaan protesteren. Op de dag dat de kermis voor het eerst niet plaatsvond, 11 september 1876, vertrokken vele honderden mensen richting het huis van de burgemeester. De ruiten van het huis werden niet gespaard, evenals de ramen van andere huizen in de stad. Vijf dagen lang heerste er grote onrust. De politie, schutterij en het leger grepen hardhandig in, zodat het protest uitmondde in enorme gevechten tussen de protesterende arbeiders en autoriteiten. Tientallen gewonden en honderden arrestaties waren het gevolg. Gedurende de avond van 15 september werd de stad weer kalm. Het zou echter nog tot na de Tweede Wereldoorlog duren voor de kermissen in groten getale weer terug kwamen.

Gerelateerd artikel

Het Kermisoproer: vijf dagen vechten Een keer per jaar eens ├ęcht uit de band springen!