Heineken kon de brouwerij destijds voor een schijntje kopen, want het ging op dat moment slecht met de Nederlandse bierindustrie. De jonge Heineken had grote plannen: hij wilde een ‘biercultuur’ introduceren in de Amsterdamse café’s en richtte zich op de artistieke en intellectuele elite van de stad. Na vier jaar opende hij alweer een spiksplinternieuwe brouwerij op de locatie van de huidige Stadhouderskade, waar de productie naartoe verhuisde. Voor de gebouwen aan de Nieuwezijds Voorburgwal sloot Heineken in 1868 een contract met de gebroeders G.J. en M.J. Hulscher om deze om te bouwen tot een bierhuis, genaamd ‘bierbrouwerij De Hooiberg’. In 1874 werd de bierbrouwerij uitgebreid met een eethuis. In 1903 werd het bierhuis officieel omgezet in de N.V. ‘Bierhuis Die Port van Cleve v.h. Gebrs. Hulscher’. Tot op de dag van vandaag is hotel-restaurant Die Port van Cleve er gevestigd.