24 maart 1848

Damoproer

Overal in Europa heerste in het revolutiejaar 1848 grote onvrede over de autoritaire heersers. Dit leidde tot ongeregeldheden in verschillende West-Europese hoofdsteden. Ook Amsterdam ontkwam hier niet aan.

Op vrijdag 24 maart 1848 vond het zogeheten Damoproer plaats. Via her en der opgeplakte en uitgedeelde strooibiljetten met de belofte van een betere toekomst waren Amsterdamse werklieden, die niet of nauwelijks werk hadden, opgeroepen om die dag rond het middaguur massaal naar de Dam te komen. Daar wachtte een min of meer zwijgende menigte nieuwsgierigen af wat er ging gebeuren. Een oproep van een van de initiatiefnemers om een deputatie naar de burgemeester af te vaardigen, vond nauwelijks gehoor.

De vlam sloeg in de pan toen stoeiende jongens per ongeluk het raam van een wijnhuis ingooiden en elkaar vervolgens bekogelden met straatvuil. De schermutselingen met de politie die hierop volgden, speelden zich echter niet op de Dam af, maar vooral in de omliggende straten.

Intussen waren enkele legereenheden op de Dam aangekomen. Toen de autoriteiten vanaf de trappen van de Beurs de menigte op het plein opriepen naar huis of werkplaats terug te gaan, gaf men aan die oproep gehoor. Toch ging koning Willem II, die er eerst weinig voor voelde zijn regeermacht in te laten perken, uit vrees voor revolutie later dat jaar overstag. Hij stemde in met de ingrijpende grondwetswijzigingen van Thorbecke.

Gerelateerd artikel

24 maart 1848: oproer op de Dam Thorbeckeplein: over de grondlegger van het moderne landsbestuur