Voor de komst van de spoorwegen reisde men lange afstanden met de trekschuit, een boot die door een paard aan wal getrokken werd. Met de trekschuit duurde het ongeveer drie uur om van Amsterdam naar Haarlem te komen. Op 20 september 1839 reed stoomlocomotief De Arend in 25 minuten de eerste officiële treinrit tussen de twee steden en luidde daarmee een nieuw tijdperk in. Niet lang daarna volgde een spoorweg van Amsterdam via Utrecht en Arnhem naar Duitsland, met een afsplitsing richting Rotterdam. Deze Rhijnspoorweg had net als de spoorlijn Amsterdam-Haarlem een eigen station in de hoofdstad. Toen er ook een derde treinverbinding naar Den Helder bij kwam, werd het duidelijk dat Amsterdam één station nodig had waar alle treinen samenkwamen. Dit Centraal Station, ontworpen door de bekende architecten Pierre Cuypers en A.L. van Gendt, werd in 1889 op een kunstmatig eiland in het IJ voltooid.