Voor Zaandam was met recht sprake van een bliksembezoek. Napoleon was met zijn gemalin Marie Louise op 9 oktober aangekomen in Amsterdam. In Zaandam ontving men op 10 oktober de mededeling dat de keizer van plan was de stad de volgende dag te bezoeken. Omdat het bericht pas laat in de avond op de 10e binnenkwam, was er sprake van de nodige paniek bij de Zaandamse bestuurders. Nog diezelfde avond werden stadsomroepers op pad te gestuurd om het volk mee te delen dat de keizer in aantocht was. Eigenaren van woningen die langs de keizerlijke route stonden werd met klem verzocht hun huizen te versieren.
Op de heuglijke dag zelf, de 11e oktober, werd er stevig aangepakt. Er werd aan de Voorzaan zelfs een speciale steiger gebouwd, versierd met erebogen. Om drie uur ’s middags was het grote moment daar. De keizer meerde af en werd ontvangen door de burgemeester (‘maire’) H.C. Göbel van West-Zaandam, de maire van Oost-Zaandam en de commissaris van politie. De keizer beende vervolgens naar het Czaar Peterhuisje, keek er rond, keerde weer terug naar de haven, stapte aan boord en voer weer richting Amsterdam. De Zaandamse notabelen stonden perplex. Het bezoek had slechts een half uurtje geduurd.