Op 3 maart 1942 kregen alle inwoners van Joodse afkomst in Alkmaar een brief van de Joodsche Raad voor Amsterdam. Daarin werd het bericht van de Duitse autoriteiten doorgegeven dat op 5 maart de politie langs zou komen en dat ze hun huis moesten verlaten om zich in één van de drie joodse wijken in Amsterdam te vestigen. Ze mochten alleen maar handbagage meenemen. Twee dagen later verlieten alle Joodse inwoners van Alkmaar de stad. Na tijdelijke huisvesting in de Amsterdamse Jodenwijk volgde transport naar de vernietigingskampen in Oost-Europa. Van de 213 weggevoerde Alkmaarse Joden stierven 142 mannen, vrouwen en kinderen in Auschwitz en Sobibor.