Het geheim van de duivekater

Toen ik een klein meisje was, woonden wij ver van Amsterdam. Elk jaar kwam er in de week voor kerstmis een grote langwerpige doos over de post. Daar zat de duivekater in, die werd opgestuurd door een bakker ergens, ik wist niet waar. In een dunne doorzichtige zak met een verhaaltje erop. Ik wist toen ook niet, waarom wij duivekater aten en niemand anders bij ons in de buurt. Het was gewoon zo: met kerstmis kwam de doos. Een glanzend bruin brood, dat eruit zag alsof hij voor een etalage was gemaakt. Daar sneed je dunne boterhammetjes van, roomboter erop, hmmm.

>