Na de doorbraak in de nacht van donderdagavond 14 januari 1960 kolkte het water de polder in. Niemand had erop gerekend dat dit kon gebeuren. De hulpdiensten deden hun best, maar de eerste uren ontbrak een goede coördinatie. Plassend door het stijgende water en in een sneeuwbui maakte iedereen zich met wat tilbare dierbare spulletjes uit de voeten. Brommers en fietsen werden op afdakjes boven de deuren in veiligheid gebracht. Voor de opvang werden snel de kantine van de NDSM-scheepswerf, het Marine-etablissement en diverse scholen opengesteld.