10 oktober 1944

Slag bij Rustenburg

In de nacht van 10 op 11 oktober 1944 kwam het in Rustenburg, bij de brug over de ringvaart van de Schermer, tot een gewapend treffen tussen een transportploeg van de Binnenlandse Strijdkrachten (het verzet) en een patrouille van de Duits gezinde Landwacht. De transportploeg was op weg naar de Wogmeer om een zending wapens op te halen, die gedropt zouden worden uit een vliegtuig. Verzetsleider Gerard Veldman sneuvelde in het gevecht.

Aan het eind van de Tweede Wereldoorlog werd de behoefte aan wapens en munitie voor het verzet steeds groter. West-Friesland was een bruikbaar gebied voor het droppen van wapens. Een priester-student uit de omgeving van Spanbroek had onder de verzetsnaam ‘de Cat’ een netwerk van afwerpterreinen opgezet. Tot deze terreinen behoorde de kleine polder Wogmeer, waar in het ‘rietbos van Ome Janus’ stukken werden platgemaaid, die door de Engelse radio met codenamen als ‘Martini’ en ‘Medan’ werden aangeduid. In de nacht van 10 en 11 oktober 1944 zijn 13 verzetsmensen tijdens zo’n dropping in de Wogmeer door verraad in de val gelopen. Aan de voet van de dijk ontstond een hevig vuurgevecht tussen de verzetsgroep en Duits gezinde militairen. Gerard Veldman kwam daarbij ter plekke om, een tweede man viel gewond in handen van de Duitsers. De anderen wisten nog te vluchten naar een boerderij in de Schermer, maar werden daar gevonden en direct neergeschoten. De boerderij aan de Zuidervaart, Houtlust, werd door de Duitsers in brand gestoken. Deze gebeurtenis staat bekend als de Slag bij Rustenburg en was de directe aanleiding om de droppings te verplaatsen naar de Wieringermeer. Voor de kerk van Stompetoren staat een monument voor de omgekomen verzetsmensen.

Gerelateerd artikel

Slag bij Rustenburg