Van Hoorn woonde aan één van de oudste huisjes van Hoorn, aan een stille gracht op het Munnickenveld. Ze groeide op als de jongste dochter van een fietsenmaker aan het Kleine Noord en had een gelukkige, maar ook wat eenzame jeugd. Haar beiden ouders werkten in de fietsen- en motorenzaak, en hadden weinig tijd voor haar. Als dromerig kind met een grote fantasie was ze dol op muziek, toneel en de natuur. Die fantasie kon ze later kwijt in haar boeken. Haar inspiratie haalde ze uit het dagelijks leven, en de verhalen die mensen haar over hun levens vertelden. Of gebeurtenissen die zij bijvoorbeeld op televisie zag. “Ik schrijf over het kwetsbare in een mensenleven. Wat me daarin aantrekt is het weerloze, de pijn die je niet kunt uiten.”