‘Tesselschade was van oorsprong een club van nette dames,’ legt Antoinette Stockmann, voorzitter van de afdeling Haarlem en secretaris van het landelijk Studiefonds, uit. ‘Vrouwen van goede komaf, die opgeleid waren om te converseren, musiceren en handwerken mochten niet werken, dat was ordinair.’ Dus organiseerde vrouwenvereniging Arbeid Adelt verkooptentoonstellingen met handwerk van deze nette juffrouwen, waarmee ze iets konden verdienen. Aanvankelijk werd de naam van de maakster daarbij vermeld, maar toen een groep Haagse dames dat schandalig vond, splitsten zij zich af in de vereniging Tesselschade. Over geld werd immers niet gepraat.