Op 15 oktober 1811 vertrok keizer Napoleon per rijtuig uit Amsterdam richting Den Helder. Op aanraden van de opperstalmeester werd gebruik gemaakt van de kleine koetsen die aan koning Lodewijk Napoleon hadden toebehoord. Op zijn tocht van Amsterdam naar Den Helder en weer terug lagen vele plaatsen die mogelijk konden worden aangedaan. Daarom stonden veel dorpen en steden helemaal op hun kop die maand oktober in 1811, want wie weet zou de keizer passeren of zelfs halt houden. Vaak was het decoratieve werk (erebogen, vlaggen, bloemen) voor niets gedaan, of voor een korte ontvangst aan de stadsgrens. Wie geluk had kreeg een keizerlijk flitsbezoek. Aartswoud had de eer Napoleon iets langer te gast te hebben gehad. Napoleon is daar even afgestapt om bij een herberg een verversing te gebruiken. Tussen 15 en 17 oktober 1811 verbleef Napoleon vervolgens in Den Helder, waar hij de vloot en verdedigingswerken inspecteerde.