Het gemeenteraadslid J. Donker Hzn. beschreef met oog voor detail het koninklijk bezoek op die snikhete 6 augustus 1842. De koning werd in een rijtuig door de stad rondgereden en bezocht de Grote Kerk, de Katholieke Kerk en het stadhuis. Na anderhalf uur zat het bezoek van de koning erop en vervolgde hij zijn kennismakingsreis naar Monnickendam. Voor de bevolking in Edam was de dag nog lang niet voorbij. J. Donker tekende op dat in het stadhuis een receptie voor genodigden werd gehouden waar de wijn rijkelijk vloeide. Vanwege de hitte (het werd die dag maar liefst 35 graden) werd het feestprogramma naar de avond verschoven. De gegoede burgerij feestte tot laat door in het Prinsenhof. Een aantal lokalen was geopend voor het gewone volk. Het bestuur had voor een orkestje gezorgd, de drank diende men echter zelf te betalen. De deftige Herensociëteit “De Eensgezindheid” was die avond voor iedereen toegankelijk. “Niemand werd buiten gesloten, aanzienlijk en gering, arm en rijk, elk had den toegang, ieder mogt zich daar op den Koningsdag blijde maken”, aldus staat opgetekend in Donkers manuscript.