Piet van Eeghen (1816-1889) behoorde tot één van de deftigste families van de stad en hij was eigenaar van één van de oudste handelshuizen van het land. Zijn huis en kantoor bevonden zich in de Gouden Bocht van de Herengracht. Zonder hem zou Amsterdam er héél anders hebben uitgezien. Amsterdam had wel een stadsbestuur, maar de verbetering van de stad moest in die tijd vooral van particulieren komen. Zo komt het dat Van Eeghen bij zijn rijke vrienden, zoals rechters en zakenlieden, geld ophaalde voor het Vondelpark, het Prinsengrachtziekenhuis, het Stedelijk Museum en de eerste arbeiderswoningen in Amsterdam. En alsof dat nog niet genoeg was, regelde hij samen met een dominee ook nog opvang in Zetten voor gevallen vrouwen, zoals prostituees destijds werden genoemd.