10 augustus 1971

Explosie bij Marbon Amsterdam

Het is een zonnige zomerdag in 1971 als één van de reactoren op de latex-afdeling van het chemische bedrijf Marbon begint te lekken. Een heftige explosie volgt, met rampzalige gevolgen. Voor de Amsterdamse brandweer betekent het de grootste ramp sinds de Tweede Wereldoorlog.

In 1965 vestigt Marbon Europe N.V. zich in het westelijk havengebied van Amsterdam. Dit Amerikaanse bedrijf produceert kunststoffen voor onder meer meubilair en speelgoed. Voor het vervaardigen van deze zogenaamde ABS-plastics worden gevaarlijke stoffen gebruikt, zoals het zeer explosieve butadieen. Er komen bij de Amsterdamse brandweer dan ook vaker meldingen binnen van kleine lekkages, brandjes of explosies bij Marbon, maar die weten ze altijd weer onder controle te krijgen. Dat terwijl eigenlijk niemand inzicht heeft in de gebruikte stoffen of het complexe productieproces. Op 10 augustus 1971 gaat om 14.57 weer eens het alarm bij de Amsterdamse brandweer in de Jan van Schaffelaarkazerne: een brandmelder bij Marbon is afgegaan. Er blijkt lekkage te zijn aan één van de reactoren in de latex-afdeling en de brandweer stuurt een aantal spuitwagens erop af. Borrelend schuim van het explosieve butadieen stroomt in rap tempo de ruimte in. Hoewel één vonkje al voor een ontploffing kan zorgen, wordt de elektriciteit in de ruimte niet afgesloten. De brandweer besluit met water een weg vrij te spuiten door het schuim, zodat medewerkers van Marbon het lek kunnen dichten. Een grote explosie volgt en chaos breekt uit. Vijf brandweerlieden van de gemeente en drie personeelsleden van Marbon komen ter plekke om het leven. Nog eens 23 gewonden worden naar het ziekenhuis afgevoerd, van wie één enkele dagen later sterft. De ontplofte latex-afdeling van Marbon wordt nooit meer in gebruik genomen.

Foto: Brand bij Marbon Amsterdam, 10 augustus 1971. Foto: Joost Evers / Anefo. Collectie Nationaal Archief.

Gerelateerd artikel

Marbon: het Amsterdamse Tsjernobyl
NL | EN