05 juli 1917

Aardappeloproer

Hoewel Nederland neutraal bleef tijdens de Eerste Wereldoorlog, heersten er destijds grote voedseltekorten. De prijs voor de schaarse etenswaren rezen de pan uit. In juli 1917 kwamen hongerige Amsterdammers in actie om zich meester te maken van de aardappelvoorraden, bestemd voor de export.

Producten als koffie, kaas, boter en brood waren tijdens de Eerste Wereldoorlog alleen nog maar op de bon verkrijgbaar. Aardappelen, het volksvoedsel bij uitstek, waren door de oorlog schaars geworden en daardoor niet meer te betalen. Hoewel het eigen volk nauwelijks te eten had, ging de export van aardappelen naar het buitenland gewoon door. Daar kwamen de Amsterdammers tegen in actie. Eind juni, begin juli 1917 probeerden ze meerdere malen voedselvoorraden te bemachtigen, die vaak op schuiten opgeslagen lagen. Door honger tot wanhoop gedreven, kwamen de spanningen op 5 juli tot een hoogtepunt. Een menigte Amsterdammers had zich verzameld op het Haarlemmerplein en het leger opende het vuur. Negen personen kwamen die dag om het leven en nog eens 114 mensen raakten gewond. De rust keerde pas weer terug in de stad toen nieuwe voorraden aardappelen beschikbaar kwamen voor distributie.