Een dag eerder was het viermotorige propellervliegtuig ‘Willem Bontekoe’ als KLM vlucht 608 uit New York vertrokken. Onderweg naar Schiphol maakte het vliegtuig eerst een tussenstop in de Ierse plaats Shannon. Daar gingen negen passagiers van boord, waarna er twaalf passagiers en negen bemanningsleden over bleven. Op 23 augustus zette het vliegtuig koers richting Amsterdam. Tot een kwartier voor de verwachte landing maakte de bemanning nog radiocontact met Schiphol, om de daling in te zetten. Daarna werd niets meer van het vliegtuig vernomen. Ongerust begonnen Egmondse en IJmuidense reddingsboten, de marine en twee vliegtuigen van de KLM twee uur later aan een zoekactie op zee. Hun vermoeden werd bevestigd toen vissers twee KLM hoofdkussens drijvend op zee aantreffen. De volgende dag volgden meer brokstukken, verspreid over een groot gebied voor de kust van Bergen aan Zee. Het is nog altijd onduidelijk wat de ramp heeft veroorzaakt. Getuigenissen van strandbezoekers, die verklaarden een harde knal te hebben gehoord, doen vermoeden dat er een explosie aan boord heeft plaatsgevonden.