02 november 2004

Theo van Gogh vermoord

In de ochtend van 2 november 2004 werd filmmaker Theo van Gogh op zijn fiets doodgeschoten door de moslimfundamentalist Mohammed Bouyeri. De moord werd gezien als een aanslag op de vrijheid van meningsuiting en bracht in het hele land een schokgolf teweeg. In de dagen die volgden veranderde de plek van de moord in de Amsterdamse Linnaeusstraat in een zee van knuffels en bloemen.

Om half negen ’s ochtends reed Theo van Gogh door de Amsterdamse Linnaeusstraat op de fiets naar zijn werk. Voor het stadsdeelkantoor Oost/Watergraafsmeer werd hij door de 26-jarige Mohammed Bouyeri beschoten. Door enkele kogels geraakt, probeerde Van Gogh weg te vluchten, waarna hij op het fietspad aan de overkant van de weg in elkaar zakte. Vervolgens schoot Bouyeri van korte afstand nog eens vijf maal. Daarna sneed hij met een groot kapmes, dat hij enige momenten later in Van Goghs borst duwde, zijn keel door. Een brief met een doodsbedreiging voor Ayaan Hirsi Ali werd op het lichaam van Van Gogh gestoken. Bouyeri vluchtte door het Oosterpark weg, maar kwam op de Mauritskade tegenover de politie te staan. Na een vuurgevecht werd hij gearresteerd en in 2005 door de rechtbank veroordeeld tot levenslange gevangenisstraf. De moord op Van Gogh, die onder meer de omstreden film Submission over de islam had uitgebracht, werd gezien als een aanval op de vrijheid van meningsuiting. Het maakte veel los in de media en de samenleving. De Linnaeusstraat veranderde in een bloemenzee, op de Dam kwamen zo’n 20.000 mensen samen voor een luidruchtige wake. Van Gogh werd op 9 november gecremeerd op begraafplaats De Nieuwe Ooster.