31 januari 1938

Poolse hazen uitgezet in de Wieringermeer

Om het aantal hazen in de Wieringermeer te verhogen, worden in januari 1938 hazen afkomstig uit Polen geïntroduceerd. Er zijn nog even zorgen over knaagdierenziekten, maar die angst wordt snel weggenomen wanneer de hazen 'geen teeken van ziekte vertoonen'.

‘De eerste zending Poolsche hazen, welke moeten dienen om den hazenstand ln de Wieringermeer te veredelen en uit te breiden is Vrijdagavond aangekomen. Alle maatregelen waren genomen om de dieren een rustige verblijfplaats te bezorgen tot zou zijn beslist of en zoo ja, wanneer de dieren over de jachtvelden zouden worden losgelaten. Een eenigermate alarmeerend bericht aan een der voornaamste dierengeneeskundigen te Amsterdam was oorzaak, dat de bevoegde instantie het niet op haar verantwoording durfde nemen om deze Poolsche hazen zonder meer in de Wieringermeer, waar de gezondheidstoestand van het wild uitstekend is, uit te zetten. In de Zuid- en Oost-Europeesche landen komt onder de knaagdieren een besmettelijke ziekte voor, welke groote sterfte, o. a. onder de hazen teweeg brengt, en welke ziekte ook voor den mensch gevaarlijk is. Officieel is Polen nog vrij van besmetting. Het advies werd gevraagd van den veeartsenijkundigen dienst in den Haag, doch daar aan import van wild geen beperkende bepalingen zijn gesteld, kon geen positief advies worden gegeven. De rijksseruminrichting achtte de risico te gering. De uitstekend uitziende hazen, die geen teeken van ziekte vertoonen en die reeds in quarantaine zijn geweest, zijn Zaterdag dan ook over de jachtvelden verdeeld.’

Leeuwarder courant, 31 januari 1938