13 januari 1895

Koppertjesmaandag

De eerste maandag na Driekoningen (6 januari) staat bekend als Koppertjesmaandag. Op deze dag maakten de leprozen hun traditionele omgang door Amsterdam en werd er voor hen gecollecteerd.

‘Koppermaandag is, zooals men weet, de tweede maandag in Januari. De naam komt af van ’t verouderde woord kopperen, d. i. feestvieren, pretmaken. Waarschijnlijk staat dit woord weer in nauw verband met kop, (om uit te drinken). Sommigen hebben wel beweerd, dat koppermaandag, eigenlijk moest zijn koppelmaandag, afkomende van koppelen. d. i. paren. Daarom wilden zij er een oud-heidensch liefdefeest aan te grondslag leggen. Anderen wederom, waaronder Bilderdijk, leiden ’t woord kopper af van koppen (’t koppen zetten, dat in de geneeskunde voorkomt), of wel van ’t Latijnsche woord coöperatores. Zelfs hebben enkelen er in hun woordverklaringsijver wel kostertjesmaandag van gemaakt, omdat deze dag tegenwoordig uitsluitend voor boekdrukkers en lettergieters een feestdag is. Vroeger was dit niet zoo, naar Westendorp ons mededeelt: „Voormaals werd hij op vele plaatsen in ons land in uitbundige vreugde en dartelheid doorgebracht. Te Utrecht liep het volk dan op stelten door de straten en in allerlei gewaad, vragende en ontvangende aan de huizen kleine geschenken, vooral eet- en drinkwaren, welke des avonds onder vele ongebondenheden opgesmuld werden.”

De koppermaandag werd ook wel verloren Maandag genoemd, omdat er op dien dag van werken niets kwam; de Gelderschen noemden hem raasmaandag, om het razen en tieren, dat men dan hoorde; op andere plaatsen heette hij verkoren maandag, om dat de leden van de vroedschap op dien dag gekozen werden, of, omdat zij tevens den eed aflegden, verzworen maandag.’

Nieuwe Tilburgsche Courant, 13 januari 1895

NL | EN