21 augustus 1899

Kermisoproer in Hilversum

De kermis was vroeger voor veel Hilversummers het hoogtepunt van het jaar. In 1898 had het gemeentebestuur van Hilversum onder het mom van beschavingsoffensief de kermis afgeschaft. Daar liet men het niet zomaar bij zitten. In de zomer van 1899 ging het Hilversumse volk de straat op om van zich te laten horen.

‘In den morgen [van 21 augustus 1899] reden enkele straattypen, specialiteiten, het dorp rond op een schipperswagen, luide den volke verkondend, dat de Hilversumsche kermis nóóit verloren zou gaan. Dat alles was nog niet erg, maar tegen den avond werd het zoo rumoerig, dat de Overheid het noodig oordeelde de schutterij onder de wapens te roepen. (…) Het grappigste was nu, dat men rond zag gaan, Groest, Langestraat, Kerkstraat, Groest, Langestraat en zoo door, eerst een peloton schutters, daarna een oogenschijnlijk erg vroolijke menigte en daar achter weer een peloton schutters. De menigte werd hoe langer hoe grooter en allen zongen uit volle borst, dat de Hilversumsche kermis nóóit verloren ging. De schutters zongen dapper mee. Daar klonk plotseling, het was ongeveer zeven uur, ’t gerinkel van een spiegelruit van een der winkels. Een uit de vroolijk zingende troep had een steen gesmeten. Al heel gauw ging de tweede en eer de avond, om was, waren op de Groest, in de Langestraat en Kerkstraat een en dertig groote spiegelruiten ingegooid. (…) Dit duurde tot tien uur ongeveer, toen waren de menschen blijkbaar moede van de marsch en van het zingen. (…)

Dinsdag 22 Augustus, al vroeg waren weer honderden menschen op de been, waaronder velen uit omliggende plaatsen, tuk op ’n relletje. De politie werd door eenige rijksveldwachters versterkt en tegen tien uur arriveerden ook een paar secties infanterie uit Naarden. (…) Toen ’t donker werd begon de toestand zoo gespannen te worden, dat, ondanks zich zelf, de soldaten wel tot geweld moesten overgaan. Zij werden zoo gesard en getergd en bovendien begonnen kwajongens met steenen te gooien. (…) Omstreeks acht uur klonk het eerste salvo, nog maar in de lucht. Maar al gauw was een tweede noodig. Raak. Een man werd doodelijk getroffen, een ander ernstig gewond. (…) Toen begonnen huzaren, infanteristen en veldwachters Groest en omstreken schoon te vegen. Herhaalde charges werden uitgevoerd en ongemakkelijk werd met den sabel gewerkt. Het was een gegil en geschreeuw. (…) Wie maar kans zag, maakte dat hij naar huis kwam en weldra was het stil om de straten. Tusschen het eerst salvo en de doodsche verlatenheid in de straten lag niet meer dan vijf kwartier en het was alsof het uren had geduurd. Den volgenden dag was het rustig. Het kermisoproer was afgeloopen.’

De Gooi- en Eemlander, 10 maart 1920

Foto: Kermis te Hilversum, 1982. Archief van de redactie van De Gooi- en Eemlander, Streekarchief Gooi en Vechtstreek.