01 december 1572

Het bloedbad van Naarden

Op 1 december 1572, vier jaar na het begin van de Tachtigjarige oorlog, richtten Spaanse soldaten het Bloedbad van Naarden aan. Het was een van de grootste massamoorden in de Nederlandse geschiedenis, die 800 mensen het leven kostte.

Tijdens de Tachtigjarige Oorlog tegen Spanje stond Naarden aanvankelijk aan de kant van de Spanjaarden. In augustus 1572 kwam de stad echter in handen van de geuzen, waarbij een deel van de bevolking enthousiast meewerkte. Zo werd Naarden een van de opstandige steden, die zich wilden bevrijden van het Spaanse juk. In november arriveerden Spaanse legers aan de poorten van de stad. Aangezien Naarden niet van plan was zich over te geven zagen de Spaanse bevelhebbers zich genoodzaakt de stad te belegeren.

De winter van 1572-1573 was koud. De Naardense grachten vroren dicht, wat de belegeraars de kans gaf om de stad gevaarlijk dicht te naderen. Het stadsbestuur wist dat de stadsmuur in zeer slechte staat verkeerde. Er zat voor hen niets anders op om zich over te geven, in de hoop de inwoners van Naarden te behoeden voor een directe aanval van de Spaanse troepen. Op voorwaarde dat de burgers gespaard zouden worden, gaf Naarden zich over.

De Spanjaarden trokken vervolgens de stad binnen. Om hun macht te etaleren, maakten ze bekend dat alle mensen uit Naarden zich bij het stadhuis moesten melden om trouw te zweren aan de Spaanse koning. De meeste burgers begaven zich spoedig naar het stadhuis. Toen het grootste deel van de bevolking zich daar verzameld had, kwamen de Spaanse militairen plots in actie: zij openden de aanval. Honderden burgers stierven in dit gevecht. De Spanjaarden trokken vervolgens verder de stad in, waar zij huizen plunderden en in brand staken. Naar verluidt overleefden slechts zestig burgers dit bloedbad.