09 mei 1576

Geuzen belegeren Muiden

Op 9 mei 1576 belegerden Geuzen en burgers onder leiding van Diederik Sonoy de vesting Muiden. De belegering werd gevolgd door een fel ontzet van het Spaanse regeringsleger, waardoor de Geuzen zich gedwongen moesten terugtrekken.

Tegen 1576 was de Tachtigjarige Oorlog in volle gang. De noordelijke provincies van de Lage Landen kwamen in opstand tegen de Spaanse overheersing. Onder leiding van Willem van Oranje werd een groot Geuzenleger gevormd. In Holland was de strijd heftig, maar daar behaalden de Geuzen wel enkele belangrijke overwinningen. Als toegangspoort tot de Zuiderzee en met mogelijkheden om delen van het Amstelland onder water te zetten, was Muiden een strategische plaats. Voor de Geuzen zou het een belangrijk voordeel opleveren om de oude vestingstad in handen te krijgen. In de vroege morgen van 9 mei 1576 zette een gemengd Geuzen- en burgerleger, onder leiding van gouverneur Diederik Sonoy, de aanval in. Het stadje werd ingenomen en geplunderd, maar het Muiderslot vormde een probleem. Achter de dikke muren wachten Paulus van Loo, drost van Muiden, en hopman Van Lienden op hulp van de regeringstroepen. Toen Sonoy vernam dat er een grote vloot en een troep schutters uit Amsterdam onderweg waren om Muiden te ontzetten, wilde hij zich terugtrekken, maar admiraal Jan Brat pleitte ervoor om te blijven. In deze onenigheid waren de Spanjaarden snel ter plaatse en in de bloedige gevechten die volgden, kwamen enkele honderden Geuzen om het leven. Sonoy wist op het nippertje te ontkomen en kreeg naderhand zware kritiek over zich heen voor het falen van de missie.