West-Friesland: streekproducten

Eind april 2010 werd voor maar liefst € 1.589,40 de eerste kist geoogste Opperdoezer Ronde verkocht. De unieke aardappel mag alleen worden geteeld rond het West-Friese plaatsje Opperdoes. Naast de Opperdoezer Ronde koestert en beschermt West-Friesland meer regionale producten, zoals de karakteristieke stolpboerderij.

Stolpboerderij bij Blokker.

Beeld: Collectie Provinciale Atlas Noord-Holland.

Stolpboerderij bij Blokker.Stolpboerderij bij Blokker.

Opperdoezer Ronde

De Opperdoezer Ronde heeft een karakteristiek teer, gelig schilletje en geldt als een delicatesse. Zijn bijzondere smaak dankt hij aan de typisch Noord-Hollandse zavelgronden rond het dorpje Opperdoes in de gemeente Medemblik. De aardappel wordt daar sinds het einde van de negentiende eeuw geteeld. En ook alleen maar daar. De aardappel mag namelijk slechts binnen een straal van 1 kilometer rond de kerk van Opperdoes worden verbouwd.
 
De bijzondere pieper bezit sinds 1996 de ‘BOB-status’. Deze Beschermde Oorsprongs Benaming is een Europese verordening die streekproducten bescherming biedt tegen namaak. Italiaanse gorgonzola en Elzasser zuurkool vallen daar bijvoorbeeld ook onder. Voor elk beschermd product gelden strenge regels, waaronder een duidelijk afgebakend productiegebied. Zie de lijst van beschermde Nederlandse producten.

De aardappel van Opperdoes.

Beeld: www.opperdoezerronde.nl

De aardappel van Opperdoes.De aardappel van Opperdoes.

West-Friese stolpboerderijen

Opperdoes herbergt ook een aantal typische stolpboerderijen, die als piramides boven de weilanden uittorenen. Maar in tegenstelling tot de Opperdoezer Ronde komen deze ook over de gemeentegrenzen voor. Wie een tocht maakt door het West-Friese platteland komt ze overal tegen. De vierkante, hoge boerderijen kenmerken zich door prachtige pronkdeuren, mooi gemetselde ronde schoorstenen en ‘spiegels’. Dit zijn uitsnedes in het rieten dak in de vorm van een klok of trapgevel die worden bedekt met dakpannen.
 
De stolpboerderij is rond 1600 ontstaan, vermoedelijk in een poging om de kwetsbare hooiberg in te kapselen. Zo was hij beter bestand tegen regen en wind. Voor de komst van de stolpboerderij hadden de boerderijen in Noord-Holland een langwerpige vorm. Vooraan was het woongedeelte, daarachter de stal en daarachter de hooiberg. Om het hooi tegen het slechte weer te beschermen werden de zijkanten dichtgetimmerd. Uitbreidingen van de boerderij werden daaromheen gebouwd. Hierdoor kwam de hooiberg in het midden te liggen: de stolp was geboren.
Lees meer over de geschiedenis van de stolpboerderij op de website van het Westfries Genootschap en in de regiocanon West-Friesland

Stolpboerderij ’t Woud.

Beeld: Kunst en Cultuur Noord-Holland.

Stolpboerderij 't Woud.Stolpboerderij ’t Woud.

Indeling West-Friese stolpboerderij

Typerend voor de stolpboerderij is dat hij het hele boerenbedrijf herbergde. Alleen de wc (‘het gemak’) stond vaak apart. Vier lange balken droegen samen het hoge, puntvormige dak. Daartussen lag het vierkant. Deze plek was bestemd voor de opslag van hooi of graan. De grootte van de stolp werd bepaald door de hoogte van deze inpandige hooiberg (‘tas’), de wintervoorraad voor het vee.
 
Aan de achterzijde bevond zich doorgaans de stal voor het vee. Aan de voor- en zijkant woonde het boerengezin. De bedsteden lagen aan de hooizijde. Dit was lekker warm in de winter. Als de dieren in de zomer buiten verbleven, werd een gedeelte van de stal geschrobd, geverfd en ingericht als woongedeelte: de ‘zomerstal’. In de stolp was verder een dars. Dit was de ruimte waar de hooiwagen, machines en gereedschappen waren gestald. Kenmerkend voor de West-Friese stolpboerderij is dat de hoge darsdeuren aan de voorkant langs de weg zitten.

‘Slapen in een stolp.’

Beeld: Kunst en Cultuur Noord-Holland.

'Slapen in een stolp.'‘Slapen in een stolp.’

West-Friese stolpboerderijen na 1970

In de loop van de twintigste eeuw raakten de stolpen als boerderijtype achterhaald en werden ze gesloopt. De boerderij was te klein en te ouderwets geworden voor het moderne agrarische bedrijf. De groeiende veestapel had meer stalruimte nodig en er moest meer plaats komen voor de opslag van machines. Ook werden wegen, woningen en bedrijventerreinen aangelegd. De boerderijen moesten wijken.
 
Vanaf 1970 begon men de waarde van de traditionele stolpboerderijen weer in te zien. Ze worden goed beschermd en hebben vaak een nieuwe bestemming gekregen. Sommige boerderijen zijn veranderd in horecagelegenheden of in een kantoor. De meeste hebben echter een woonfunctie gekregen. De pittoreske stolpen zijn zeer in trek bij liefhebbers van rust en natuur.
 
Boerderijmusea in West-Friesland:
www.museumvreeburg.nl
www.museumboerderijwestfrisia.nl
 
De boerderijenstichting zet zich in voor het behoud van de stolp:
www.boerderijenstichting.nl

Publicatiedatum: 25/11/2010

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *. Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.