Tsaar Peter bekogeld door Zaanse knapen

Het is inmiddels woensdag 21 augustus. Peter heeft verschillende mensen bezocht, maar heeft vooral interesse getoond in diverse Zaanse ambachten en nijverheden. Hij bezocht niet alleen olie-, zaag-, en papiermolens maar ook de lijnbanen, de zeilmakerijen en ijzer- en kompasmakerswinkels.

n

Het lukt Peter steeds minder goed incognito te blijven, het ‘geheim’ begint uit te lekken. Als eenmaal bij een barbier het verhaal de ronde is gegaan dat de lange man in het gezelschap buitenlanders de keizer van Rusland is. Maar dan is er een incident dat de zaken verder aan het rollen brengt. Peter komt in aanvaring met een aantal Zaanse jongens, waardoor hij genoodzaakt is de Zaanse autoriteiten om hulp te vragen. Over de exacte plek waar het incident zich zou afspelen is de tekst van Nomen niet heel duidelijk, hij noemt de sluis in de Horn als de plek. Maar de sluis in de Horn ligt in de Hogendijk, niet in de Zuiddijk waar het bekogelen begonnen zou zijn. In de Zuiddijk ligt ook een sluisje, wellicht dat beiden sluizen hier door elkaar zijn gehaald.

Detail uit 19de eeuwse centsprent

Plaatje 6 uit 19de eeuwse centsprent ‘Eenige bijzonderheden uit het leven van Peter den Grooten’, drukkerij T.C. Hoffers te Rotterdam, collectie Gemeentearchief Zaanstad

Detail uit 19de eeuwse centsprentDetail uit 19de eeuwse centsprent

Tekst Scheltema 1814

Intusschen was er iets gebeurd, het welk van onberekenbare gevolgen hadde kunnen zijn. Peter had pruimen gekocht in den Lagen Horn, en deze in zijn’ hoed gestort hebbende, ging hij al etende met dezelven onder den arm den Dam over, den zuiddijk op. Vele jongens omringden hem; aan eenige die hem behaagden, vroeg hij: Mannetje wilt gij een pruimtje? en deelde ze ui;, andere vroegen dit aan hem en zeiden: Man geef ons ook wat; dezen weigerde hij dit, schijnende, zegt Noomen, zijn vermaak te vinden met dezen te verblijden, genen te verstooren, en zoo wat onrustig te maken, welk laatste wat ruwelijk geschiedde. Hierop sloegen de jongens tot baldadigheid over, en wierpen den Vorst eerst met modder en vuiligheid, daar na met steenen, waar van een hem in den nek trof zoo zelfs dat het hem veel pijn veroorzaakte. De Czaar ging hierop in de herberg, De drie zwanen, en vroeg naar de Burgemeesters, om hierin te voorzien.

Publicatiedatum: 01/03/2013

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *. Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.