Stoomgemaal Halfweg (Haarlemmerliede en Spaarnwoude)

Dankzij de inspanningen van de Stichting Vrienden Stoomgemaal Halfweg kon het behouden blijven. Dit monument getuigt van Nederlands strijd met het water. Het werd gebouwd in 1853.

Ze staan nog her en der verspreid door het Kennemerland: de stoomgemalen. Ooit speelden ze een vitale rol bij het droog houden van hun achterland, nu zijn het monumenten die de sfeer van de negentiende eeuw ademen. Dat komt door hun architectuur en door de karakteristieke lange schoorsteenpijpen. Toch hebben verschillende stoomgemalen nog tot diep in de twintigste eeuw gefunctioneerd. Het Stoomgemaal Halfweg is pas in 1977 buiten gebruik gesteld en vervangen door een modern dieselgemaal. In de 125 jaar van zijn actieve leven had het 14 miljard kubieke meter water uitgemalen en daarbij 40.000 ton steenkool verstookt.

Rijnlands uitwatering

Het stoomgemaal te Halfweg was een van de vier grote gemalen waarmee het Hoogheemraadschap Rijnland het overtollige water naar buiten pompte. De andere drie stonden in Gouda, Katwijk en Spaarndam. Dit hoogheemraadschap beslaat een zeer groot gebied. De noordgrens is de Spaarndammerdijk, de zuidgrens loopt van Gouda naar Den Haag. De bouw van de stoomgemalen in Spaarndam en Halfweg werd noodzakelijk door het besluit in 1837 het Haarlemmermeer leeg te pompen. Het Haarlemmermeer viel in 1852 droog. Dit betekende dat de boezem van het Hoogheemraadschap met 80% was gekrompen. De boezem wordt gevormd door een stelsel van vaarten, kanalen, oude rivierlopen en meren. De polders pompen hun wateroverschot op naar de boezem en van daar uit gaat het met gemalen, of bij een gunstige stand van het buitenwater met spuisluizen, naar buiten. Dat wil zeggen naar een kanaal of rivier die het water uiteindelijk op zee loost.

Stoomgemaal Halfweg / Rijnland, interieur (1907).

Stoomgemaal Halfweg / Rijnland, interieur (1907).

Een nieuwe waterhuishouding

De enorme reductie van de oppervlakte van Rijnlands boezem betekende dat er veel minder water dan voorheen tijdelijk opgeslagen kon worden voordat het geloosd werd. Voor de bouw van de stoomgemalen in Spaarndam en Halfweg loosde Rijnland aldaar zijn water met spuisluizen op het IJ, als het water daar ten minste laag genoeg stond. Maar nu de boezem zo klein zou worden, was het niet langer verantwoord te moeten wachten op laag water. Een nieuwe waterhuishouding was noodzakelijk. Het moest in het vervolg mogelijk zijn ook bij een hogere stand van het buitenwater te kunnen lozen, en dat betekende: pompen. De drooglegging van het Haarlemmermeer was een staatsaangelegenheid. De staat der Nederlanden was dus logischerwijs ook aangewezen om het Hoogheemraadschap te helpen bij het opvangen van de gevolgen. De noodzaak van een stoomgemaal in Spaarndam werd snel ingezien. Dit gemaal werd in 1846 in gebruik gesteld. Het kostte het Hoogheemraadschap echter veel meer moeite de minister van Binnenlandse Zaken ervan te overtuigen dat er ook in Halfweg eenzelfde voorziening nodig was. Uiteindelijk ging deze overstag en stelde de middelen beschikbaar om het Stoomgemaal Halfweg te bouwen. De minister paste er voor de gebeten hond te zijn als later mocht blijken dat de capaciteit van slechts een stoomgemaal inderdaad tekortschoot.

De bouw van het Stoomgemaal Halfweg

Het stoomgemaal te Halfweg werd gebouwd naar een ontwerp van ingenieur J.A. Beijerinck. Deze had ook het gemaal in Spaarndam ontworpen. Het werk werd uitbesteed aan de Amsterdamse firma Van Vlissingen & Dudok van Heel. Die zat zo dringend om werk verlegen dat ze een uiterst schappelijke prijs berekende. De bouw van de 100 pk sterke stoommachine, de schepraderen en gebouwen verliep zonder veel tegenslagen. In 1853 werd het geheel in werking gesteld. In het lange leven van het stoomgemaal vonden natuurlijk regelmatig grote reparaties plaats. De stoomketels moesten gemiddeld eens in de veertig jaar vervangen worden en in 1923 kwam er een nieuwe stoommachine van Stork in Hengelo.

Rijksmonument

Toen duidelijk werd dat het stoomgemaal in 1977 buiten gebruik gesteld zou worden, rees de vraag wat te doen met dit monumentale gebouw. Daarom werd op 23 mei 1978 de Stichting Vrienden Stoomgemaal Halfweg opgericht, die zich met succes inzette voor het behoud van het gemaal. Op 10 juni 1987 werd het Stoomgemaal Halfweg in het bijzijn van Prins Claus officieel geopend. Restauratie was echter hard nodig. Die restauratie vond plaats in 1991 en 1992. Na de voltooiing daarvan kon de gereviseerde stoommachine van Stork weer in werking gesteld worden. Dit moment werd op video vastgelegd. Als u wilt kunt u hier een fragment van die opname bekijken. (Herstart stoommachine Halfweg)

Bronnen

* Ludy Giebels, Zeven eeuwen Rijnlandse uitwatering in Spaarndam en Halfweg. Van beveiliging naar beheersing (Leiden 1994).

* G.H. Keunen, ‘Stoomgemalen als industrieel erfgoed’, Tijdschrift voor waterstaatsgeschiedenis 5 (1996), pp. 19-27.

* Ter inzage in de bibliotheek van het Noord-Hollands Archief.

Publicatiedatum: 05/01/2011